Bevolkingsregisters
Introductie
In de negentiende eeuw trok de overheid veel taken en bevoegdheden naar zich toe. Zo registreert de gemeentelijke burgerlijke stand vanaf 1811 systematisch wie er allemaal in Nederland wordt geboren, trouwt en overlijdt. De behoefte om meer zicht te krijgen op de samenstelling van de bevolking leidde in de Franse tijd (1795-1813) tot grote volkstellingen. Waar aanvankelijk nog slechts de namen van inwoners werden geturfd, verzamelden overheden gaandeweg tijdens de tellingen steeds meer persoonsgegevens. Deze volkstellingen waren momentopnames: op de meeste plekken vonden ze eenmaal per tien jaar plaats. In 1850 begonnen de meeste Nederlandse gemeenten met een systematische bevolkingsregistratie. Ook de gemeenten in het werkgebied van het RHC Rijnstreek & Lopikerwaard (RHCRL) hebben vanaf 1850 een eigen bevolkingsregister, al volgden Bodegraven (1860), Zegveld (1862) en Kamerik (1880) pas later. De bij het RHCRL aanwezige registers beslaan de periode tussen 1850 en 1940. In 1938 werd de bevolkingsregistratie wettelijk vervangen door persoonskaarten; deze administratie bevindt zich niet in het beheer van het RHCRL.
Onderzoek
In de bevolkingsregisters staan alle inwoners van een gemeente vermeld. De meeste registers beslaan een periode van tien jaar of twintig jaar, al werkten sommige kleinere gemeenten (zoals Kamerik) wel dertig jaar met hetzelfde register. Veel oude registers zijn geordend op basis van adres of wijk. Recentere bevolkingsadministraties, zoals de losbladige gezinskaarten uit de periode 1920-1940, zijn daarentegen alfabetisch ingedeeld, waarbij de achternaam van het gezinshoofd leidend is. De registers vermelden van ingeschreven personen vrijwel altijd hun geboortedatum, geboorteplaats, betrekking tot het gezinshoofd, beroep, geloofsovertuiging en burgerlijke staat. Indien van toepassing worden ook verhuisdata (in en uit), voormalige en toekomstige vestigingsplaatsen en overlijdensdata en -plaatsen genoteerd. In de kolom ‘aanmerkingen’ noteerden ambtenaren bovendien soms aanvullende informatie, zoals over voogdijschappen, echtscheidingen en strafrechtelijke veroordelingen. In tegenstelling tot de momentopnames van de burgerlijke stand en bij de volkstellingen zijn de bevolkingsregisters een dynamische bron. Wanneer iemand gedurende de looptijd van het register van beroep, adres, woonplaats of geloofsovertuiging wisselde, is dat in principe in de registers terug te vinden. Samen met de akten van de burgerlijke stand zijn de bevolkingsregisters dus de geijkte bron om genealogisch en demografisch onderzoek te doen naar het tijdvak 1850-1940. Bij het raadplegen ervan is het echter wel goed om enkele aandachtspunten in het achterhoofd te houden, namelijk:
- Foutgevoeligheid: mensen gaven informatie vaak mondeling door aan de gemeentelijke ambtenaar. Dit leverde soms fouten op, ofwel doordat de herinnering van personen feilbaar was, dan wel vanwege de onoplettendheid van de ambtenaar. Zo kan het zijn dat van één persoon in hetzelfde register verschillende geboortedata of -plaatsen vermeld worden. Vergissingen lagen ook vaak op de loer bij de inschrijving van immigranten. Sommige ambtenaren hadden de neiging buitenlandse plaatsen te verbasteren tot iets wat nog moeilijk tot een hedendaagse plaatsaanduiding te herleiden is. Bij het indexeren van de bevolkingsregisters neemt het RHCRL de gegevens uit de oorspronkelijke bron letterlijk over, zelfs als ze wellicht onjuist zijn. Interpretatie van de informatie is aan onderzoekers. Het strekt dan ook tot aanbeveling om informatie uit de bevolkingsregisters te controleren aan de hand van andere bronnen, zoals de akten van de burgerlijke stand.
- Onvolledigheid: de bevolkingsregisters verschaffen vaak een ‘snapshot’ van een bepaalde periode – van tien, twintig of dertig jaar. Het kan dus zijn dat de gezinssamenstelling niet compleet is weergegeven of dat een verhuizing pas in een volgend deel wordt vermeld.
- Historische adressen: oudere bevolkingsregisters bevatten doorgaans verouderde adresaanduidingen. Vaak is niet direct duidelijk welk hedendaags adres correspondeert met een oude aanduiding in het bevolkingsregister. Soms is het aan de hand van aanvullend onderzoek alsnog mogelijk om oud aan nieuw te koppelen.
- Begripsverwarring: sinds 1850 is de wijze waarop gemeenten hun bevolking registreren meermaals gewijzigd. Registers maakten plaats voor losbladige kaartsystemen, die op hun beurt moesten wijken voor de digitale Gemeentelijke Basisregistratie (GBA). Misverstanden liggen zo op de loer: aanduidingen als bevolkingsregister, gezinskaart, persoonskaart en woningkaart worden vaak (onterecht) inwisselbaar gebruikt. Belangrijk: het RHCRL faciliteert op de eerste plaats onderzoek in de bevolkingsregisters (1850-1920) en de gezinskaarten (1920-1940). Deze bronnen zijn vrijwel compleet via de indexen doorzoekbaar. Na 1938 stapten gemeenten over op persoons- en woningkaarten. Let wel: deze bronnen zijn niet via de website beschikbaar. Zo zijn de woningkaarten (vooralsnog) gebonden aan openbaarheidsbeperkingen, terwijl de persoonskaarten van de deelnemende gemeenten zich niet in het beheer van het RHCRL bevinden.
- Speciale registers: naast de ‘gewone’ bevolkingsregisters hielden gemeenten ook aanvullende delen bij. Een tot 1940 veelvoorkomende variant is het dienstbodenregister, waarin (vaak relatief jonge) knechten en dienstboden staan ingeschreven. Deze dienstboden vestigden zich doorgaans slechts korte tijd in de gemeente, voordat ze weer naar een andere plaats vertrokken. Sommige gemeenten hielden bovendien aparte registraties bij voor groepen als geestelijken, schippers of patiënten van een zorginstelling.
Indexen
Op de website staan de volgende indexen:
- Achthoven, bevolkingsregisters 1850-1860
- Barwoutswaarder, bevolkingsregisters 1850-1938
- Benschop, bevolkingsregisters 1850-1938
- Bodegraven, bevolkingsregisters 1860-1938
- Cabauw, bevolkingsregisters 1836-1857
- Gerverscop, bevolkingsregisters 1850-1861
- Harmelen, bevolkingsregisters 1850-1939
- Hekendorp, bevolkingsregisters 1850-1940
- Hoenkoop, bevolkingsregisters 1850-1938
- Jaarsveld, bevolkingsregisters 1850-1880, 1900-1942
- Kamerik, bevolkingsregisters 1880-1939
- Lange Ruige Weide, bevolkingsregisters 1850-1938
- Linschoten, bevolkingsregisters 1850-1936
- Lopik, bevolkingsregisters 1850-1900
- Middelburg, bevolkingsregisters 1850-1853
- Montfoort, bevolkingsregisters 1850-1936
- Oudewater, bevolkingsregisters 1850-1938
- Oukoop, bevolkingsregisters 1850-1861
- Papekop, bevolkingsregisters 1850-1885, 1900-1940
- Polsbroek, bevolkingsregisters 1850-1880, 1920-1938
- Reeuwijk, bevolkingsregisters 1850-1881
- Rietveld, bevolkingsregisters 1850-1938
- Sluipwijk, bevolkingsregisters 1860-1871
- Snelrewaard, bevolkingsregisters 1849-1939
- Stein, bevolkingsregisters 1850-1870
- Waarder, bevolkingsregisters 1850-1938
- Willeskop, bevolkingsregisters 1850-1938
- Willige Langerak, bevolkingsregisters 1836-1942
- Woerden, bevolkingsregisters 1837-1846, 1850-1921
- Wulverhorst, bevolkingsregisters 1850-1860
- IJsselstein, bevolkingsregisters 1850-1938
- Zegveld, bevolkingsregisters 1862-1937
- Zevender, bevolkingsregisters 1835-1857