Skip to content

Geboorte- en doopregistratie

Op onze website kunt u zoeken in een groot aantal bronnen betreffende de registratie van dopen en geboorten. Deze bewerkte bronnen beslaan een aanzienlijke tijdsperiode – van de vroege zeventiende eeuw tot en met de eerste helft van de twintigste eeuw. In dit tijdvak is er veel veranderd in de wijze waarop dopen en geboortes werden geregistreerd. Een cruciale periode is de Franse tijd (1795-1813). De overheid trok in die jaren veel taken en bevoegdheden naar zich toe – vaak permanent. In 1811 werd de burgerlijke stand ingevoerd. Sindsdien registreert de overheid in het hele land systematisch wie er geboren worden, trouwen en overlijden. 1811 is dan ook een waterscheiding: er is sprake van een periode vóór en een periode ná de invoering van de burgerlijke stand. In het eerste deel van deze tekst bespreken we de doopregistratie vóór 1811. In dit deel komen zowel de administratie van kerken als die van lokale overheden aan bod. In het tweede deel is er aandacht voor de geboorteregistratie van de burgerlijke stand. Afsluitend treft u een overzicht van alle doop- en geboorteregisters die als index op de website staan.

Doopregistratie tot 1811: kerkelijke bronnen

Vóór 1811 hielden vooral kerken de grote levensmomenten (dopen, trouwen en begraven) bij. Het doel hiervan was tweeledig: kerken registreerden ze vanwege het belang voor de gemeenschap; maar vooral ook om zicht te houden op de inkomsten die rondom deze gebeurtenissen werden gegenereerd. Tot diep in de twintigste eeuw behoorde het overgrote merendeel van de Nederlanders tot een kerkgenootschap. De DTB-registers zijn dan ook de geijkte bron voor stamboomonderzoek in de vroegmoderne tijd. De kwaliteit van de kerkelijke registers als historische bron is wisselend, afhankelijk van de persoon die het boek bijhield. In de Franse tijd werden kerkelijke registers door de overheid gevorderd en als zogeheten retroacta gebruikt door ambtenaren van de burgerlijke stand. Dit verklaart mede waarom overheidsinstanties zoals het RHC Rijnstreek & Lopikerwaard deze kerkelijke bronnen tegenwoordig beheren. In een kerkelijk doopregister vindt u doorgaans:

  • De naam van het kind;
  • De doopdatum;
  • De namen van de ouders.

Bij onderzoek in de kerkelijke trouwregisters zijn er enkele aandachtspunten. Deze zijn als volgt:

  • Datums: In doopregisters ontbreekt vaak zowel de geboortedatum als de geboorteplaats. Omdat kinderen meestal binnen enkele dagen tot weken na de geboorte werden gedoopt, wijken de twee datums echter niet veel van elkaar af. Het achterhalen van de geboorteplaats is soms mogelijk aan de hand van nader onderzoek;
  • Kerkgenootschappen: Wie in de DTB-bronnen duikt, doet er goed aan te bepalen tot welk kerkgenootschap een voorouder behoorde. Leden van de door de staat bevoordeelde Nederduits-gereformeerde (later: Nederlands-hervormde) kerk zijn vaak goed terug te vinden. Vermeldingen van degenen die tot andere kerkgenootschappen behoorden, zoals katholieken, lutheranen en remonstranten, zijn zeldzamer. Doopsgezinde kinderen, die pas rond het twintigste levensjaar werden gedoopt, en joodse meisjes, die niet in joodse besnijdenisregisters te vinden zijn, ontbreken geheel in dit type bron;
  • Latinisering namen: Rooms-katholieke registers zijn vaak in het Latijn gesteld. Hoewel de terminologie gestandaardiseerd is, kan het moeilijk zijn om de eigenlijke Nederlandse namen te reconstrueren. Zo is het de vraag of Joannes Petrii de Jong door zijn familie Johannes, Johan, Jan of Hannes werd genoemd, terwijl eveneens onduidelijk blijft of zijn vader Petrus, Pieters of Peter heette.

Geboorteregistratie na 1811: burgerlijke stand

Sinds 1811 moet elke geboorte binnen drie dagen bij de gemeente worden aangegeven. De ambtenaar van de burgerlijke stand stelt vervolgens een gestandaardiseerde akte met informatie over de geboorte op. Doorgaans doet de vader aangifte van de geboorte. Geboorteaktes bevatten vaak de onderstaande gegevens:

  • Het geslacht en de voornamen van de baby;
  • De namen, leeftijden, beroepen en overige personalia van de ouders;
  • De datum, het uur en soms het adres waar de geboorte plaatsvond;
  • De datum en aanvullende details betreffende de aangifte;
  • Gegevens over de getuigen (tot 1934 waren er twee getuigen nodig bij de aangifte van een geboorte. Deze personen waren doorgaans bekenden van de ouders. Soms vielen medewerkers van de gemeente in).

Soms betreft een geboorteakte een buitenechtelijk kind. Tenzij de vader (of een vaderfiguur) het kind heeft erkend, wordt in dergelijke aktes alleen de moeder van het kind vermeld. Ook kan het zijn dat de biologische vader het kind pas op een later moment erkent. Als daarvan sprake is, wordt in de kantlijn van de akte een notitie gemaakt. Een bijzonder type akte is de akte van vinding, die wordt opgemaakt wanneer een vondeling in het geboorteregister wordt opgenomen.

Indexen

Via de indexen op onze website, kunt u zoeken in de volgende doop- en geboortebronnen: