Beknopte geschiedenis van de gemeente Driebruggen

Beknopte geschiedenis van de gemeente Driebruggen

De gemeente Driebruggen heeft nog geen kwart eeuw bestaan, namelijk van 1964 tot eind 1988, maar is misschien een van de meeste opmerkelijke gemeenten die het werkgebied van het RHC heeft gekend. Zelfs in het herindelingrijke verleden van het werkgebied, was deze gemeente opvallend in hoe het tot stand kwam en werd opgedeeld. Maar ook in andere opzichten was de periode van de gemeente Driebruggen bijzonder. Het wapen van de gemeente Driebruggen.

De gemeente Driebruggen werd opgericht per 1 februari 1964. Het was een samenvoeging van de gemeenten Hekendorp, Papekop, Waarder en Lange Ruige Weide. Laatstgenoemde gemeente had als kern het dorp Driebruggen en de nieuwe gemeente nam de naam van de plaats over en het bestuurscentrum werd aldaar gevestigd. De gedachte achter de vorming van de gemeente Driebruggen was in het algemeen hetzelfde zoals bij elke herindeling: bestaande en of nieuwe taken van de lokale overheid vergen meer bestuurskracht dan huidige gemeenten op een bepaald moment kunnen leveren, daarom is het beter als naburige gemeenten hun krachten bundelen in één organisatie. In het geval van de vier gemeenten die Driebruggen zouden vormen was hier wel wat voor te zeggen, omdat ze relatief klein waren qua inwonertal en er historisch al samenwerkingsverbanden waren, vooral tussen de kernen Waarder en Driebruggen. Sterker nog, er bestonden historische voorgangers, zoals de mairie Waarder tijdens de Franse Tijd (de mairie bestond slechts van 1811 tot 1815). Deze bestuurseenheid, vergelijkbaar met een gemeente, was een samenvoeging van de van oudsher Hollandse schoutambachten Barwoutswaarder en Waarder met de Utrechtse gerechten Hekendorp, Papekop en Lange Ruige Weide. Maar ook na de Franse Tijd kwamen er herindelingsplannen. Zo werden er, vooral vanuit de provinciale besturen, in 1828, 1844, 1847, 1852, 1915 en 1921 voorstellen gedaan om diverse gemeenten samen te voegen. Lang wist men vanuit de gemeenten deze pogingen tegen te houden. Maar eind jaren 1940 was de stemming bij de provincies anders. Kleine gemeenten werden niet groot genoeg geacht om al hun taken goed te kunnen doen. Evengoed kwam een grotere gemeente niet zomaar tot stand. Na enige tijd te hebben stilgelegen begon men in de jaren 1950 en 1960 toe te werken naar plannen voor een grote plattelandsgemeente. Het zou dus gaan om meer dan vergrote bestuurskracht, ook het landelijke karakter moest behouden worden. Een belangrijke vraag die speelde in deze tijd was welke gemeenten er allemaal op zouden gaan in een dergelijk gemeente. Zo concurreerde een viergemeentenplan lang met een zesgemeentenplan (de vier gemeenten plus de gemeenten Barwoutswaarder en Rietveld). Daarnaast was de mate waarin grondgebied moest worden afgestaan een heet hangijzer. Het uiteindelijke resultaat van alle debatten en besluiten was de gemeente Driebruggen.

De gemeente Driebruggen circa 1966.Net zoals de noodzaak voor een grotere gemeente ingegeven was door de steeds modernere verwachtingen die men had bij een gemeente, was de gemeente Driebruggen in meerdere opzichten typisch modern. De insteek voor een landelijke gemeente was in feite nieuw, het ging om meer dan de gebruikelijke vergroting van bestuurskracht. Bovendien was dat landschap voor een belangrijk deel begrensd door ‘onnatuurlijke’ elementen, zoals de A12 en bijvoorbeeld niet door de ‘natuurlijke’ noordgrens die de gemeente Waarder had aan de Oude Rijn. De samenvoeging van gemeenten die voorheen onder twee provincies vielen, namelijk Utrecht en Zuid-Holland, was ook nieuw, het experiment van de mairie Waarder daargelaten.

Ook in andere opzichten was de gemeente modern. Bestaansmiddelen zoals rundveehouderij met de aanverwante kaasmakerij, maar er kwamen ook meer forenzen in de kernen wonen die profiteerden van de goede aansluiting van de A12 op de Randstad. De diverse kerkelijke stromingen bleven bepalend voor het leven in de dorpen, de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders bestonden overwegend uit leden van confessionele partijen. Maar zelfs in Driebruggen trad er enige mate van ontkerkelijking in. Wellicht het meest moderne element dat de diverse dorpen kenmerkte was de significante uitbreiding van sociale en particuliere woningbouw. Voor een deel was dit een politieke erfenis, de gemeente Driebruggen borduurde voort op plannen van zijn voorgangers. Maar het was dan ook de gemeente Driebruggen die de plannen realiseerde. Daarmee heeft de gemeente nu nog een langdurige invloed. In de jaren 1960, 1970 en 1980 werden namelijk het aantal woningen in Driebruggen, Waarder en Hekendorp substantieel uitgebreid buiten de eeuwenoude kernen. Deze ontstane wijken hebben het inwonertal significant vergroot en zijn daarmee beeldbepalend geworden wat het aanzicht van de dorpen betreft. De gemeente Driebruggen ging ook met haar eigen huisvesting aan de slag. Algauw na de oprichting van de gemeente bleek dat het oude gemeentehuis van Lange Ruige Weide te klein was om de gecombineerde archieven en administratie van de vier voorlopers te herbergen. Al in 1965 werd geopperd dat nieuwbouw de enige oplossing was. Het zou echter tot 1982 duren voordat het nieuwe gemeentehuis, gelegen tussen Driebruggen en Waarder op De Groendijck 20, open kon. Het gebouw is in wezen symbolisch voor de gemeente die het huisvestte: het was modern en het gebruik ervan van korte duur. De voorgevel van het nieuwe gemeentehuis.

Op 31 december 1988 werd de gemeente Driebruggen namelijk opgeheven. Of beter gezegd, opgedeeld. Anders dan wat gebruikelijker was bij herindelingen, waarbij hele gemeenten worden opgenomen in een nieuwe grotere gemeente, werd de gemeente Driebruggen verdeeld tussen de gemeenten Reeuwijk en Oudewater. De dorpen Waarder en Driebruggen werden bij Reeuwijk gevoegd, Papekop en Hekendorp gingen over naar Oudewater. De opdeling van de gemeente Driebruggen is ietwat verbazingwekkend, gelet op het relatief recente ontstaan van de gemeente. Zoals gezegd, heeft de gemeente nog geen kwart eeuw bestaan. De vraag is dan waarom de gemeente werd heringedeeld. Dit was een vraag die het college van burgemeester en wethouders ook herhaaldelijk stelde richting de provincies Utrecht en Zuid-Holland, die aanstuurden op herindeling. Met name opvallend is een verschuiving in het jargon. De gemeente Driebruggen was ooit opgericht met een zonale insteek, de eerdergenoemde insteek van een plattelandsgemeente waarin het landelijke karakter geborgen werd. Later werd er aangestuurde op een nodale benadering, waarbij oriëntatie op grotere plaatsen, zoals Oudewater en Gouda, belangrijk werd geacht. Ook werd een inwonertal van minimaal 10.000 personen – de gemeente Driebruggen had eind jaren 1980 circa 4400 inwoners – wenselijk geacht om een gezonde gemeente te hebben. Vanuit de gemeente werden dergelijke redeneringen vreemd gevonden en men vermoedde dat de opdeling van Driebruggen een vorm van koehandel was tussen de provincies Utrecht en Zuid-Holland. B en W verzette zich dan ook tegen opdeling en benadrukte het succes en de groeiende eenheid van de gemeente. Tegelijkertijd kan men zich afvragen of Driebruggen echt de cohesie vertoonde die de gemeente meende te hebben of te kunnen bewerkstelligen. In feite was de opdeling ook een terugkeer naar de situatie van voor 1964, het grondgebied van de gemeente Driebruggen was voorheen namelijk ook Utrechts en Hollands geweest. Zo waren Hekendorp en Papekop van oudsher Stichts en Waarder en Lange Ruige Weide Hollands (laatstgenoemde in ieder geval sinds 1820). Daarnaast kan men zich afvragen of de gemeente Driebruggen niet altijd een kunstmatig geheel is geweest. Uiteraard zijn uiteindelijk alle bestuurlijke grenzen ergens getrokken, en dus in feite arbitrair, maar bij de gemeente Driebruggen viel wel op dat de sociale samenhang tussen de kernen niet erg verstrekt was sinds het ontstaan van de gemeente. Zo bleven de culturele instellingen zich concentreren op de eigen kernen en was er geen gemeentebreed verenigingsleven.

 

Archieven
  • Gemeente Driebruggen, (1939) 1964-1988 (R095). Alle afbeeldingen voor dit artikel komen uit dit gemeentearchief.
    • De afbeelding van het gemeentewapen is genomen van een brievenhoofd van een brief van de gemeente.
    • De kaart van de gemeente Driebruggen, uit 1966, is afkomstig van een kaart van provinciale grenswijzigingen, waarbij onder andere een stuk van Tappersheul werd overgedragen aan de gemeente Oudewater. De kaart zit in een dossier over die overdracht, namelijk inventarisnummer 47.
    • Het detail van de bouwtekening van het gemeentehuis is afkomstig uit de bouwvergunning voor dit pand op De Groendijck, tevens onderdeel van het gemeentearchief.
    • Het citaat van wethouder Vroege komt uit de diverse papieren aangaande de opheffing van de gemeente Driebruggen, in dit geval inventarisnummer 53.

 

Literatuur
  • Alkemade, W.R.C. “Gemeente Driebruggen 1964-1988: vier dorpen tussen twee herindelingen.” Heemtijdinghen 51, nr. 1 (2015): 16-25.
  • Boele, Arie e.a. 900 jaar Waarder. Geen plaats: Comité Waarder 900 jaar, 2008. Hoofdstuk 26 gaat over de opheffing van de gemeente Waarder en de vorming van de gemeente Driebruggen.