Gemeentehuis

Gemeentehuis

In kleine gemeenten in Nederland, waaronder Kamerik, vonden gemeenteraadsvergaderingen en andere gelegenheden van de gemeente lange tijd plaats in herbergen. In Kamerik was dit aanvankelijk zelfs in vier herbergen, omdat Kamerik tot 1857 uit maar liefst vier gemeenten bestond: Kamerik-en-de-Houtdijken, Kamerik-Mijzijde, ’s-Gravesloot en Teckop. Al deze gemeenten hadden plekken nodig waar het lokale bestuur kon vergaderen. Tegelijkertijd hadden de gemeenten niet veel of vaak ruimten nodig. Met de samenvoeging van de gemeenten in 1857 werd voortaan in de raadkamer van de voormalige gemeente Kamerik-en-de-Houtdijken vergaderd, namelijk in herberg De Zwaan op de hoek van de Van Teylingenweg en de Meent. Ook na de samenvoeging werd een permanent gemeentehuis lange tijd niet nodig geacht. Zo had de burgemeester, die vaak ook gemeentesecretaris was, de secretarie bij hem aan huis. Andere ruimten, voor bijvoorbeeld huwelijkssluitingen, werden tevens gehuurd bij de herberg.

De situatie veranderde in 1879. Toen kocht het gemeentebestuur een huis aan de Van Teylingenweg 26. Dit werd in 1880 verbouwd en deed tot 1955 dienst als gemeentehuis. De gemeentesecretarie trok nu ook bij het gemeentehuis in. Daarnaast kwam er een veldwachterswoning en een brandweergarage. Door de groei van het ambtenarenkorps werd het gemeentehuis in 1908 uitgebreid met twee kamers. Hoewel de nieuwe omvang volstond tot 1945, kwam er met de komst van burgemeester Reijers in 1935 wel enige verandering in de huisvesting van gemeentelijke instellingen. Zo werd op de Van Teylingenweg 25, naast het gemeentehuis, een ambtswoning gebouwd. Uiterst rechts de burgemeesterswoning op de Van Teylingenweg 25, met daarnaast (links) het gemeentehuis.

Na de Tweede Wereldoorlog ontstond er behoefte aan een nieuw gemeentehuis. De noodgemeenteraad van Kamerik had in december 1945 besloten tot de bouw daarvan, maar het zou jaren duren voordat er schot in de zaak kwam. Het proces werd versneld toen in maart 1949 de commissaris der Koningin van Utrecht, M.A. Reinalda, vernam dat de ambtswoning van de burgemeester gebruikt werd voor raadsvergaderingen en niet het gemeentehuis dat er vlak naast stond. Toen Reinalda navraag deed bij burgemeester Reijers, antwoordde deze dat “de kamer in het gemeentehuis, bij gebrek aan geschikte vergadergelegenheid elders vrij regelmatig in gebruik is voor vergaderingen van waterschappen, verenigingen, huwelijksvoltrekkingen, politieaangelegenheden enz. en het cachet van een raadkamer niet gedoogt dat deze voor bovengenoemde op zichzelf nuttige doeleinden gebruikt wordt”. Reijers voerde bovendien aan dat er onvoldoende ruimte was voor andere instellingen van de gemeente en gebruikte de gelegenheid om te betogen voor wat hij zag als de kroon op zijn loopbaan: het tot stand laten komen van een nieuw gemeentehuis. Het zou er komen, zij het nadat de burgemeester met pensioen was gegaan. De uiteindelijke eer van het openen van het nieuwe gemeentehuis ging naar zijn opvolger, Hendrik Lodewijk Breen (als ook de eer van het huidige adres van het gebouw: Burgemeester Breenplantsoen 1).

In een brief aan Gedeputeerde Staten van 27 januari 1950 benadrukt burgemeester Reijers hoe het toenmalige gemeentehuis op de Van Teylingenweg 26 tekortschiet “wegens de meer dan onvoldoende gelegenheid de gemeentediensten naar behoren te huisvesten.” De brief is afkomstig uit het archief Gemeente Kamerik, 1942-1988 (W014a), inventarisnummer 630.

In 1949 gaf de Kamerikse gemeenteraad de Woerdense architect H.B.M.J. Worst opdracht om het gemeentehuis te ontwerpen. Worst kwam in 1952 met een ontwerp van een gebouw in de Delftse-schoolstijl en deze werd door de raad aanvaard. Van 1953 tot 1955 werd er gebouwd door het Kamerikse Aannemersbedrijf v/h J.J.R. Boers. De totale kosten voor de bouw en de inrichting bedroegen circa 195.000 gulden. Op 4 juni 1954 werd de eerste steen gelegd door de eerdergenoemde commissaris der Koningin Reinalda en op 23 september 1955 opende zijn opvolger C.Th.E. graaf van Lynden van Sandenburg het nieuwe gemeentehuis samen met burgemeester Breen.

Het gebouw heeft tot de opheffing van de gemeente Kamerik in 1989 gefungeerd als gemeentehuis. Daarna werd het verkocht aan de Algemene Christelijke Politie Bond en sindsdien wordt het gebruikt als kantoor. Recentelijk is het voormalige gemeentehuis gerestaureerd, waaronder de zeldzame glas-in-loodramen, die geschonken waren door het Comité Voedselvoorziening in Oorlogstijd.

 

Archieven
  • Gemeente Kamerik, 1857-1941 (1988) (W014).
  • Gemeente Kamerik, 1942-1988 (W014a). Inventarisnummers 628-633 betreffen de bouw van het laatste gemeentehuis van Kamerik.

 

Foto’s
  • Het RHC heeft veel foto’s van het laatste gemeentehuis van Kamerik. Het gaat onder meer om foto’s van het leggen van de eerste steen, de opening van het gemeentehuis, de glas-in-loodramen en het gemeentehuis door de jaren heen. In verband met privacywetgeving en auteursrecht worden deze foto’s (nog) niet vertoond op onze website (in de nabije toekomst zal dit wel mogelijk zijn). Het is echter al wel mogelijk om de foto’s te bekijken op onze studiezaal.

 

Literatuur
  • W.R.C. Alkemade e.a., Terugblik op Kamerik. Leven tussen de Kruipin en Oudendam, 1857-1988 (Woerden, 1992). Pagina’s 65-70 gaan over de gemeentehuizen van Kamerik.
  • L.Cl.M. Peters en W.R.C. Alkemade, “Van raadkamers tot nieuw stadhuis: geschiedenis van de gemeentehuizen in Woerden” in: Heemtijdinghen 30, no. 3 (september 1994): 57-92. Pagina’s 86-87 gaan over de gemeentehuizen van Kamerik.