Skip to content

Gemeentehuis

In veel Nederlandse dorpen vergaderde het lokale bestuur vroeger in een herberg. Vermoedelijk gold dit ook voor de voorlopers van de gemeente Hoenkoop: de gerechten Hoenkoop, Dijkveld en Rateles. Zo’n ‘rechthuis’ was vaak niet meer dan een gehuurde ruimte in een herberg en werd daarom ook wel ‘rechtkamer’ genoemd. Het plaatselijke bestuur had toen namelijk ook rechterlijke taken.

Van rechthuis naar raadkamer
Het rechthuis van Hoenkoop stond waarschijnlijk aan de Hoenkoopse Buurtweg, tot het begin van de negentiende eeuw de kern van de gemeente. Het rechthuis van Dijkveld stond aan de oostzijde van De Meent. Dat van Rateles was mogelijk hetzelfde pand waar later de raadkamer van de gemeente Hoenkoop was gevestigd, aan het Rolaf langs de Damweg.
In deze herberg huurde het gemeentebestuur van Hoenkoop van 1852 tot 1925 een ruimte voor zijn vergaderingen.
De administratie en ambtenaren zaten niet in of bij deze raadkamer. Dat was bij kleine gemeenten in die tijd niet ongebruikelijk. De secretarie van Hoenkoop was gevestigd in het gemeentehuis van Benschop. De burgemeester van Hoenkoop was namelijk ook burgemeester van Benschop en Polsbroek en vaak ook gemeentesecretaris.
De meeste ambtenaren van Benschop werkten daardoor ook voor Polsbroek en Hoenkoop. Deze situatie bleef bestaan tot de opheffing van de gemeente Hoenkoop in 1970.

Plannen voor een eigen gemeentehuis
Vanaf 1913 werd gesproken over een nieuw gemeentehuis. Verschillende mogelijkheden kwamen voorbij: het huren van een bestaande ruimte bij particulieren, het kopen van grond of het bouwen van een eigen gemeentehuis.
Ook verschillende manieren om de kosten te delen werden onderzocht. Zo werd overwogen samen met het waterschap Hoenkoop, Vliet en Dijkveld een ruimte te huren. Ook dat bestuur had behoefte aan een vergaderruimte.
Vanaf 1922 werden de plannen voor nieuwbouw concreter. Uiteindelijk kwam grond beschikbaar aan de Goudsestraatweg 11-13, langs de provinciale weg van Gouda naar Utrecht. Deze weg had sinds het midden van de negentiende eeuw steeds meer de functie van de Hoenkoopse Buurtweg als kern van de gemeente overgenomen.
De bouw verliep niet zonder problemen. Gedeputeerde Staten van Utrecht maakten bezwaar tegen het plan vanwege de voorgenomen reconstructie van de provinciale weg. Dit werd opgelost door het gemeentehuis verder van de weg te bouwen.
Ook binnen de gemeenteraad bestond twijfel. Slechts vier van de zeven raadsleden steunden het bouwplan.
Op 18 november 1925 werd de eerste steen gelegd. Een van de raadsleden weigerde de plechtigheid bij te wonen. Daardoor ontstond zelfs discussie over de vraag of zijn naam wel op de gedenksteen moest komen.
Tijdens dezelfde plechtigheid werd een ander conflict opgelost. Bouwkundige Berkhof uit Oudewater had vanwege de te late oplevering een boete gekregen, maar deze werd hem kwijtgescholden. De bouw kostte uiteindelijk 22.000 gulden.
Op 11 juni 1926 vond de eerste raadsvergadering in het nieuwe gemeentehuis plaats.

Laatste jaren als gemeentehuis
De laatste raadsvergadering van de gemeente Hoenkoop vond plaats op 26 augustus 1970. Enkele dagen later, op 1 september, werd Hoenkoop opgeheven en bij de gemeente Oudewater gevoegd.
Daarmee verloor het gebouw aan de Goudsestraatweg zijn functie als zelfstandig gemeentehuis. Het bleef echter nog enige tijd in gebruik door de gemeente: het voormalige gemeentehuis werd de secretarie van Oudewater.

Detail van de bouwtekening van het gemeentehuis. Bron: archief O019, inventarisnummer 380.

 

Links de voormalige raadkamer, waar het gemeentebestuur van Hoenkoop van 1852 tot 1925 vergaderde (fotonummer O0945).

Archieven

  • Gemeente Hoenkoop, 1813-1970 (O019). Inventarisnummers 362-366 en 380-385 gaan over het gemeentehuis.
  • Gemeente Oudewater, (1911) 1939-1988 (1999) (O068). Inventarisnummer 644 gaat over het gemeentehuis van Hoenkoop.

 

Literatuur
  • Boon, J.G.M., en H.W. Luten. Hoenkoop in verleden en heden. Hoenkoop: gemeentebestuur Hoenkoop, 1970. Pagina’s 75-78 gaan over het gemeentehuis.