De heerlijkheid en boerderij Wiltenburg

Aan de Oukoopsedijk 8 staat de oude boerderij Wiltenburg. Het opvallendste element aan deze boerderij, die zelf niet bijzonder oud is, is het aan de weg gelegen inrijhek, bestaande uit twee stenen pilaren met daarboven een gebeeldhouwd wapen. Het wapen stelt een gouden lelie op een blauw veld voor, het wordt gedragen door twee leeuwen en gedekt met een kroon. Eronder staan de Latijnse wapenspreuk "Quam parva, nulli cedo" ("al ben ik klein, ik wijk voor niets") en de naam "Wiltenburg". Dit inrijhek heeft de status van Rijksmonument en herinnert aan de geschiedenis van de dubieuze hoge heerlijkheid van Wiltenburg.

In 1637 is er sprake van een stuk land ter grootte van 2 morgen (ongeveer 1,7 ha) met de naam "Wiltenburg". Het was oorspronkelijk eigendom van de burggrafelijke familie De Merode van Montfoort. Deze verkocht het land in 1661 aan Jacob de Vrije, wiens nazaten er een "herenhuyzinge" met boerderij en andere opstallen lieten bouwen. Het herenhuis diende als zomerverblijf voor de familie De Vrije, die in Gouda woonde.

In 1736 kocht Samuel van Velthuijsen Wiltenburg om het in 1753 te verkopen aan zijn schoonzoon Jan Cordelois jr. Deze Rotterdamse patricier noemde zich "Vrijheer van Wiltenburg" en bombardeerde zijn herenhuis, de boerderij en het bijbehorende land op zeer dubieuze gronden tot een eigen "hoge heerlijkheid", waar hij zelf een schout benoemde, recht liet spreken en huwelijken liet sluiten. Er werd een gerechtsboek aangelegd, waarin ook verkopen en testamenten geregistreerd werden voor schout en schepenen van Wiltenburg.

Dat rechtboek is in de 19e eeuw verdwenen, maar het was er nog in 1821. Dat blijkt uit een uitgebreid rapport, dat in dat jaar is gemaakt door het ministerie van Justitie naar aanleiding van een conflict met Willem Butter, die op dat moment eigenaar en bewoner van Wiltenburg was. Butter vond dat hij op grond van het verleden van de hoge heerlijkheid vrijstelling van belasting moest krijgen en een onafhankelijk vrijstaatje Wiltenburg kon vormen. De basis voor dit alles was een aantal documenten, in een kistje. Dat kistje was, aldus Butter, helaas zoekgeraakt. De zaak eindigde in een nederlaag voor Butter: zijn vermeende rechten werden niet erkend.

Nog altijd vragen lokale historici zich af waar het kistje van Butter en de oude gerechtsboeken van Wiltenburg gebleven zijn. Deze stukken zouden meer licht kunnen werpen op de raadselachtige geschiedenis van deze hoge heerlijkheid.

Archieven
  • Oud-rechterlijk archief van Sluipwijk 1612-1811 (R058), met name de transportregisters, inv.nrs. 6-18;
  • Archief van het Ministerie van Justitie, berustend in het Nationaal Archief (archiefnr 2.04.01), inv.nrs. 101 (Memorie) en 389 (dossier 151).
Literatuur
  • G.A.F. Maatje, Wiltenburg, een omstreden heerlijkheid 1637-1825 (Reeuwijk, 1996).