Huis te Vliet
De eerste keer dat het Huis te Vliet in Lopikerkapel gevonden kan worden in de bronnen is in 1375. Restanten van muurwerken in het souterrain doen echter vermoeden dat het kasteel al in de dertiende eeuw gebouwd moet zijn geweest. Het was toen een vierkante donjon, een woontoren, en had waarschijnlijk zoals gebruikelijk was nog twee of drie verdiepingen daarboven. Vermoedelijk was deze donjon onderdeel van de verdediging van ’t Sticht. Het lag op de weg naar Schoonhoven, waar ook twee Hollandse kastelen aan gelegen waren, had dikke muren, een waterput in de kelder, en was het omringd door een gracht.

De eerste eigenaar die we tegenkomen is Aleit Henrixdochter van den Damme, de weduwe van Tyman Schorre, in 1395. Zowel haar vader als haar echtgenoot waren (onder andere) schepen in Utrecht. Desondanks de aanwezigheid van een familie Van Vliet in de omgeving, is er geen directe link te leggen met het Huis te Vliet. De naam van het kasteel zou dus van een veldnaam afgeleid kunnen zijn.
Gedurende de eeuwen heeft het Huis vele eigenaren gehad, en is het meerdere keren verbouwd geweest. In 1538 werd het officieel een ridderlijke hofstede. Kort daarna vond de eerste grote verbouwing plaats en werd het een echte buitenplaats. Aan de westzijde van de woontoren werden twee grote gebouwen naast elkaar geplaatst, met aan de achterzijde een traptoren met koepeldak dat boven het kasteel uitstak.

Er werd aangenomen dat de Fransen in 1672 het huis verwoest zouden hebben, maar dit klopt niet. Kort hierna had eigenaar Joriphaes Vosch van Roelingsweert het huis wel laten verbouwen – zo werd de ingang verplaatst, kwam er een nieuw voorplein met daarop een koetshuis en een orangerie en werden er veel bomen geplant.
Vanaf 1801 is de familie Barchman Wuytiers bijna anderhalve eeuw eigenaar van het Huis te Vliet. Al snel hebben zij een stuk van de westvleugel moeten verwijderen. Vermoedelijk was er sprake van inzakking, omdat dit stuk in de zestiende eeuw op de resten van de oude gracht was gebouwd. Later is ook de buitenkast en het interieur van het Huis vernieuwd door de familie.
Vanaf het eind van de jaren 1920 stond het kasteel leeg. In 1936 werd het per veiling verkocht aan een fruithandelaar. De tweede verdieping van het Huis werd gesloopt. Er was namelijk maar één draagbalk die alles omhoog moest houden – er was geen verdere fundering aanwezig. De indeling van het gebouw werd ook zo verbouwd dat het bewoonbaar werd voor meerdere gezinnen. Later werden ook de grachten gedempt, en zijn er bedrijfsgebouwen bijgekomen.

Vanaf 1971 werd het Huis te Vliet officieel een rijksmonument. In 2014 werd vennootschap firma Huis te Vliet opgericht om het kasteel te restaureren. Het hoofdgebouw werd gesplitst in vijf wooneenheden. Rondom het gebouw en op het landgoed werden ook nieuwe woningen gebouwd.
Bronnen:
Huis te Vliet, Charles Noordam, in: ‘B. Olde Meijerink e.a. (red.), Kastelen en Ridderhofsteden in Utrecht’ (Utrecht 1995), p. 437-442.
Huis te Vliet, Janneke van Dijk en Ben Olde Meijerink, in: Kasteel en Buitenplaats, nr. 48, 2015.