Herenhuis Zeevliet
Herenhuis Zeevliet was een buitenplaats bij Benschop, gelegen naast buitenplaats Snellenburg, en is kort na 1904 gesloopt. De tegenwoordige straat Zeevliet in dit dorp herinnert ons er nog aan.

De eerste eigenaresse die we in de bronnen tegenkomen is Maria van der Egge, weduwe van Anthonie van Everdingen, burgemeester van Oudewater. Nadat zij in 1637 overleed, kocht haar achterneef kapitein Abraham Ferdinand van der Zijll het gebouw voor 9.175 gulden. In die tijd was het echter nog geen herenhuis, maar een boerderij met 32 morgen land. Het is onbekend wanneer precies, maar vóór 1740 is deze oude boerderij gesloopt, een nieuwe boerderij achter op het land gebouwd, en kwam er op de oude plek een herenhuis met grote lanen, vruchtbomen en vijvers. De naam Zeevliet verwijst wellicht naar het beroep van Van Der Zijll – hij was een marineofficier die vele zeeslagen gewonnen had.
In de achttiende eeuw heeft de buitenplaats meerdere eigenaren gekend. Laurens Storm van ’s Gravenzande, eigenaar van 1729-1732, bewoonde het huis wel zelf, maar verhuurde het land aan de Domeinen van IJsselstein. Vanwege schulden was hij gedwongen het huis te verkopen. Tot 1752 heeft de rentmeester in het huis gewoond, samen met zijn vrouw en hun dienstboden.
In 1768 woont Wolfert Beeldsnijder in Zeevliet. Hij had een ‘huis van negotie’ in Amsterdam, maar ook schulden die hij niet kon afbetalen. Hij vluchtte naar Zeevliet, maar werd onderweg gearresteerd. Hierna werd Paulus de Vaynes van Brakel weer eigenaar van het huis (hij was dit in 1752 ook al), maar de familie Beeldsnijder mocht in het pand blijven wonen. In 1772 werd het verkocht aan Wilhelm Johannes van de Nijpoort, en in 1787 verkocht hij het weer aan Wolfert Beeldsnijder. Kennelijk heeft hij in die jaren tijd zijn schuld van 64.000 gulden kunnen afbetalen, en genoeg gespaard om het huis Zeevliet voor 13.000 gulden te kunnen kopen.

De laatste eigenaar was jonkheer Nicolaas Hendrik Strick van Linschoten, nadat het huis al enige tijd in de familie was geweest. Na zijn overlijden in 1904 werd het huis publiek verkocht. Hoewel het landgoed ondertussen 100 hectare groot was geworden, was het huis zelf bouwvallig geworden en is het uiteindelijk voor de sloop verkocht. De achtergelegen boerderij werd een halve eeuw later ook gesloopt.
Bronnen:
Zeevliet, E. van Oosterom, in: Historische Kring IJssesltein (1986), nr. 37/38, p. 359-362.