Sint-Maartenskerkhof in de Meije

Op de bekende kaart van het Groot-Waterschap van Woerden van de gebroeders Vingboons uit 1670 tref je op de plaats waar de polders Zegvelderbroek, Kamerik-Mijzijde en Achttienhoven samenkomen de aanduiding "Meije Kerckhof". Datzelfde plekje wordt op de "Nieuwe Kaart van den Lande van Utrecht" uit 1696 aangegeven als "St. Maertens Kerckhoff". Op zich is de plaats van een kerkhof in the middle of nowhere, ver verwijderd van woonkernen, bijzonder. Het roept de vraag op, waar die naam vandaan komt.

Lokale historici hebben hierover vanaf de jaren '30 van de vorige eeuw gediscussieerd. De grote kenner van het gebied van Zegveld en de Meije, dr C.J. van Doorn, is altijd van mening geweest, dat de geschiedenis van de bewoning van het oude Miland (globaal Zegveld, Kamerik Mijzijde, Zegvelderbroek en de Meijepolder, "het land van de Meije") begonnen is op dat plekje.

In een akte uit 1312 wordt de kerk van het dorp Zegveld gesticht. In die akte is sprake van een eerder parochie, die van "de Mi", waar een kerkje heeft gestaan, dat gewijd was aan Sint Maarten. Dat is op zich niet onlogisch, want het gebied behoorde aan de Utrechtse bisschop en Sint Maarten was de patroonheilige van de kerk van het Sticht. De Mi- of Sint Maartensparochie bestond in elk geval in 1131, toen de bisschop het hogere bestuur voor dat gebied vaststelde. In belastingregisters van het eind van de 13e eeuw komt de parochie echter al niet meer voor. De oorzaak daarvan is niet duidelijk. Misschien trokken na de grote ontginning van het gebied de ontginners uit de Miparochie naar de kerk in Kamerik of Zegveld. Een andere mogelijkheid is, dat de Sint Maartenskerk rond 1205 te gronde is gegaan ten gevolge van een veldtocht van bisschop Dirk II van Ahr tegen de graaf van Holland, waarbij ook in de omgeving van Achttienhoven gevochten is.

Behalve de vermelding op kaarten zijn er ook nog enkele bodemvondsten geweest, die mogelijke bewoning rondom het Maartenskerkhof aannemelijk maken. Behalve een aantal scherven uit de twaalfde en dertiende eeuw (gevonden voordat de ruilverkaveling het gebied van Zegveld op zijn kop zette) werd aan het begin van de twintigste eeuw door de Zegvelder Dirk Demoed bij graafwerkzaamheden in Zegvelderbroek een gouden miskelk aan de oppervlakte gebracht. Zou ook dit een restant van de kerk en de oude Miparochie zijn of zou de kelk na de Hervorming door omstandigheden onder de aarde terecht gekomen zijn? Het Gezelschap van Mi, een gelegenheidswerkgroep van historici en historisch geïnteresseerden, heeft in 2007 geprobeerd uitsluitsel te geven, maar is daar toen niet in geslaagd.

Hoe dan ook, het Sint-Maartenskerkhof (sinds de herindeling van 1989 grondgebied van de gemeente Nieuwkoop) blijft een fascinerend stukje grond. Archeologisch onderzoek (het terrein is als archeologisch kansrijk en waardevol vastgeld op de Archeologische Waardenkaart) kan hier misschien in de toekomst nog meer licht op werpen.

Archief
  • Archief van het Gezelschap van Mi 2007-2008 (W301).
Literatuur
  • C.J. van Doorn, Het Oude Miland en zijn waterstaatkundige ontwikkeling (Utrecht, 1940);
  • C.J. van Doorn, 'Aardewerkscherven uit een omstreden gebied' in: Heemtijdinghen, jg. 17 (1981), nr 3, pp. 45-49;
  • Z. en C.J. van Doorn Miland, Milandkerk, Kamerik (Woerden, 1990.), pp. 11-24.