Station

Bij Koninklijk besluit van 20 mei 1845, verleende Koning Willem ll concessie voor de aanleg van de lijn Utrecht - Rotterdam aan de Nederlandsche Rhijnspoorweg Maatschappij. Langs het traject werden werkketen gebouwd voor opzichters die toezicht hielden op de bouw aan de spoorlijn. Zo ontstonden er negen werkketen langs de spoorlijn. De werkketen langs de spoorlijn werden na het gereed komen van de lijn ingebruik genomen als station.

Ook Woerden, waar dagelijks vijf treinen van en naar Utrecht stopten, kreeg zo een station. Het houten treinstationnetje werd in 1854 gebouwd, gelijktijdig met de aanleg van de spoorlijn door de Nederlandsche Rhijnspoorweg Maatschappij. Door het groeiend aantal reizigers, mede door het openen van de lijn Leiden-Utrecht in 1878, werd in 1910 een plan gemaakt voor de bouw van een nieuw station in Woerden. Bij het plan moest rekening gehouden worden met het ongehinderd laten passeren van sneltreinen, het laten stoppen van treinen voor de richtingen Utrecht, Amsterdam, Den-Haag, Rotterdam, en Leiden. Ook werd rekening gehouden met de veiligheid van de passagiers die de perrons moesten bereiken.

Het nieuwe station werd ontworpen door hoofdingenieur W.de Jong en omvatte een hoofdgebouw, een dienstgebouw, een perronoverkapping met brug, trappen, en een goederenloods. Een artikel in het "Bouwkundig Weekblad" omschreef De Jong het complex als volgt: "Het hoofdgebouw is zo ingericht dat het publiek toegang tot het gebouw heeft. Na het passeren van een tochtportaal komt men in het voorhuis, waarin zich de plaatsloketten, en het bagagebank bevinden. Van hieruit passeert men de controle, en komt men in een trappenhuis. Een trap geeft toegang tot de overbrugging over de sporen naar de perrons. Op deze verdieping bevinden zich de wachtkamers, dit was gedaan om de passagiers zo min mogelijk trappen te laten beklimmen."

In 1911 werd begonnen met de bouw van het station en in 1913 kwam het gereed. Het stationsgebouw en de goederenloods werden opgetrokken uit rode baksteen met banden en vullingen van grijswitte steen. De daken van het hoofd- en nevengebouw werden bedekt met rode pannen. De brug, de trappen en de perronoverkapping werden vervaardigd uit ijzer. De voorzijde van het station werd verfraaid met de aanleg van een voorplein met perken, een klok, en kastanjebomen. Daarnaast ontwierp de bekende tuinarchitect Otto Schultz een spoorwegplantsoen, dat in belangrijke mate bijdroeg aan een fraaie entree naar het stationsgebouw. In de jaren vijftig werd het voorplein versmald door de toenemende verkeersdrukte.

Door de grootscheepse herinrichtingen in de jaren 1984-1985, is er van de oorspronkelijke groenaanleg niets overgebleven. Voor het station kwamen een busstation, taxistandplaats, parkeerterrein en fietsenstallingen. Een nieuwe toegangsweg en diverse voet- en fietspaden werden aangelegd. Van de stationsgebouwen resteren nog het hoofdgebouw en het dienstgebouw ernaast. De goederenloods is in 1987 afgebroken.

In 1996 werd het stadion grondig verbouwd en werd er een nieuwe loopbrug gerealiseerd. De sporen werden verdubbeld, waardoor de doorstroming van treinen voldeed aan de eisen van deze tijd. Het stationsgebouw en het dienstgebouw vormen, ondanks de ingrijpende wijzigingen in de directe en indirecte omgeving, een waardevol architectuurhistorisch en stedenbouwkundig complex.

Literatuur
  • Jan van Es en Saskia van Ginkel-Meester, Woerden: geschiedenis en architectuur(Utrecht, 2000), pp 218-223;
  • R. Hamoen "Het station van Woerden" in: Heemtijdinghen, jg 31 (1995), nr 1, pp 1-8.