Opstandingskerk

De Opstandingskerk dateert van het begin van de twintiger jaren en is het tweede kerkgebouw van de Gereformeerde kerk in Woerden. Het eerste gebouw stamde uit 1888 en stond tussen de Willemshof en de Molenstraat.

In 1917 werd er tijdens de kerkenraadvergadering voor het eerst opgemerkt, dat er eigenlijk een nieuw kerkgebouw zou moeten komen omdat de toenmalige kerk te klein werd. In 1918 kwam de zaak weer ter sprake, toen het Rijk, eigenaar van de dichtbij gelegen kazerne, belangstelling toonde voor aankoop van gronden, die eigendom van de Gereformeerde Kerk waren.. In 1919 kwan de discussie over het ruimtegebrek in de kerk pas goed op gang, toen de gemeente zich opmaakte voor het 25-jarig ambtsjubileum van ds. J.W. Gunst. Gedacht werd aan een uitbouw van een portaal bij de ingang, uitbreiding van de gaanderij, inschuiven van de banken en zelfs over een zijvleugel aan de kerk, indien daarvoor grond te verwerven zou zijn. De commissie van beheer, die over het kerkgebouw gaat, was tegen deze uitbreiding en wilde slechts de allernoodzakelijkste herstellingen doen. Met het oog op een mogelijke bouw van een nieuwe kerk in de toekomst mocht er geen geld verspild worden. Het zou al met al nog een aantal jaren duren voordat de kogel door de kerk was.

In 1923 was het dan eindelijk zover en kon de eerste steen gelegd worden voor een nieuwe kerk, die aan de Wilhelminaweg gebouwd werd. Deze plechtigheid werd op 26 september verricht door dominee Gunst. Het ontwerp van de kerk met toren, aangebouwde kosterswoning en vergaderzaal was van architect H. Onvlee uit Baarn. De kerk - op kruisvormige plattegrond en onder twee elkaar kruisende zadeldaken - is opgetrokken in rode baksteen met natuursteen elementen. De topgevels van de kerk bevatten reeksen spitsboogvensters met stalen kozijnen voorzien van glas in lood.

Het orgel uit 1911 van de oude kerk, indertijd gebouwd door de firma Van Leeuwen te Leiderdorp, is door deze firma overgebracht naar de nieuwe kerk. De galerij in de kerk is pas in 1949 aangebracht. Aan de achterzijde van de kerk, aan de Julianastraat, zijn de kosterswoning en het vergaderlokaal aangebouwd. Het is een rechthoekig volume van twee bouwlagen onder een schilddak met overstek. De vensters met bovenlicht zijn gekoppeld of in reeksen regelmatig over de gevel verdeeld. Rond het kerkterrein staat een smeedijzeren hek.

Medio mei 1924 werd de kerk door de aannemer opgeleverd in tegenwoordigheid van de bouwcommissie. De officiële ingebruikneming had plaats op donderdag 12 juni 1924. De oude kerk werd verkocht aan rijwielhandelaar Van Rooijen die er een garage van maakte. Het pand heeft als zodanig gediend tot aan de sloop in 1979.

Archief
  • Archief van de Gereformeerde kerk van Woerden en Zegveld 1887-2009 (W143), o.a. invnrs 5, 97 en 528-531.
Literatuur
  • Jan van Es en Saskia van Ginkel-Meester, Woerden: geschiedenis en architectuur (Zeist,, 2000), pp. 242-243;
  • Van geslacht tot geslacht, 1887-1987; 100 jaar Gereformeerde Kerk van Woerden en Zegveld, (Woerden, 1987).