De Ramp van Woerden (1813)

In november 1813 hielden de Franse troepen verschrikkelijk huis in de stad Woerden. Deze zogenaamde Ramp van Woerden gaf de stad een bescheiden plek in de vaderlandse geschiedenis.

De inwoners van Woerden waren zich in november 1813, zoals velen in Nederland, bewust geworden van naderende einde van de Franse heerschappij. De kleine Franse bezetting in de stad, bestaande uit drie gendarmes en een adjudant, werd het mikpunt van onschuldige spotterij. De adjudant Papillon voelde zich niet meer veilig in Woerden en verliet op 18 november de stad. Het vertrek leidde tot overmoedig gedrag bij het plaatselijk bestuur: maire Willem van Oudheusden vaardigde een oranjegezinde proclamatie uit en de Franse adelaars werden van de openbare gebouwen verwijderd. De Fransen waren echter niet van plan het strategisch belangrijke Woerden op te geven en trok onder leiding van kolonel Falba met 250 militairen naar Woerden om orde op zaken te stellen. De boodschap was duidelijk: de Fransen waren nog steeds de baas. Dankzij behoedzaam optreden van vrederechter Meulman en schoolmeester De Jong blijven de gevreesde represailles uit en liep het met een sisser af. De Oranjesymbolen waren weer verwijderd en de Fransen hadden de orde hersteld.

Ondertussen had in Den Haag het zogenaamde 'Driemanschap" het algemeen bestuur overgenomen en een Oranje-garde gevormd. Een van de drie legerkorpsen van de Oranje-garde nam op 23 november stelling in Woerden, tot groot ongenoegen van de inwoners die bang waren voor Frans militair ingrijpen. De vrees bleek gerechtvaardigd. In de nacht van 23 op 24 november trok een enorm leger van 1600 man onder aanvoering van generaal Gensy en de in Woerden al bekende kolonel Falba vanuit Utrecht naar Woerden. De Hollandse verdediging stond hiertegenover machteloos. Om 8.00 uur 's ochtend was de stad weer in Franse handen en begon het drama dat later bekend zou komen te staan als de "Ramp van Woerden".

De Fransen hielden mededogenloos huis in de stad. Overal in de stad werd er gemoord, verwond, verkracht, geroofd en gesloopt. Onder de gedode burgers bevonden zich mensen van alle rangen en standen: deftige notabelen als dijkgraaf Costerus, dominee Buyt en griffier Van Loon tot "eenvoudige lieden", bejaarden maar ook bijvoorbeeld de zesjarige Aartje Kip, een onschuldig kind. Vrijwel alle huizen werden door de plunderende massa bezocht. Pas tegen 19.00 uur kwam aan de trieste gebeurtenissen een einde. Er bleken 24 burgers gedood (twee anderen zouden binnen enkele dagen aan hun verwondingen overlijden) en 45 anderen waren ernstig tot levensgevaarlijk verwond. Nog drie dagen bleef een grote Franse troepenmacht de stad terroriseren. Op 28 november keerde de rust en konden de doden worden begraven.

De Ramp van Woerden heeft een enorm diepe indruk achtergelaten. Jan Meulman, de vrederechter, publiceerde een ooggetuigenverslag onder de titel "Woerden in Slagtmaand 1813". In het hele land werd een geslaagde inzamelingsactie gehouden, die de stad Woerden hielp op zich op te richten uit de rampzalige situatie.

Archief
  • Archief van de Commissie tot leniging van de Ramp van Woerden 1813-1816 (W175).
Literatuur