Beknopte geschiedenis van Woerden

De oudste aanwijzingen van bewoning in het centrum van de stad Woerden worden gevormd door archeologische vondsten. In de tweede helft van de eerste eeuw ontstond hier een Romeinse versterking langs de Oude Rijn, het Castellum Laurium, een van de vele versterkingen langs die rivier, die als noordelijke grens van het Romeinse Rijk fungeerde.

Na het vertrek van de Romeinen zou o.a. Bonifatius in Woerden zijn missionair werk hebben verricht; bewijzen zijn hiervoor echter niet te vinden. Zeker is dat Woerden tot de eigendommen van de bisschop van Utrecht behoorde. Als grensplaats van het Sticht, gelegen tegen het graafschap Holland, is het plaatsje rondom een klein kerkje voor de verdediging van belang: bisschop Godfried van Rhenen laat er dan ook rond 1160 een versterking bouwen, de voorloper van het huidige Kasteel. In 1280 verwerft graaf Floris V zich het plaatsje en behoort Woerden tot het graafschap Holland. De heer van Woerden, Herman IV, is niet erg loyaal en is een der hoofddaders van de moord op de graaf in 1296.

De voortdurende oorlogen in het Stichts-Hollands grensgebied maken dat rond 1370 Woerden onder leiding van de baljuw Willem van Naaldwijk voorzien wordt van wallen en een gracht; in 1372 verleent hertog Albrecht van Beieren Woerden stadsrechten. Rondom dat jaar wordt ook een nieuwe kerk gebouwd, de Petruskerk, waarvan de huidige toren gedeeltelijk nog aanwezig is. Later, in 1401 krijgt Woerden het recht om zijn eigen stadsbestuur te kiezen; in 1410 krijgt Woerden zijn jaarmarkt, de voorloper van de huidige 'Koeienmarkt'. Eveneens in 1410 vervangt Jan van Beieren de oude versterking van Godfried van Rhenen door een nieuw Kasteel, het huidige, waarin de oudste elementen nog terug te vinden zijn. Het Woerdense stadsbestuur bouwt in 1501 zijn eerste stadhuis (uitgebreid in 1610), dat tot 1890 als zodanig gefungeerd heeft; later werd het kantongerecht en thans is het Stadsmuseum.

De Woerdense priester Jan de Bakker is de eerste in de Noordelijke Nederlanden, die om zijn van de R.K. kerkleer afwijkende prediking in 1525 ter dood werd gebracht op de brandstapel. De godsdiensttwisten zijn in Woerden aanvankelijk beperkt: de Lutherse hertog Erik van Brunswijk, die Woerden rond 1570 in pacht had, tolereert de Lutherse opvattingen in de stad. In 1575-1576 wordt Woerden, dat zich aan de kant van de Opstand schaarde, door de Spanjaarden belegerd: de stad houdt stand en de Spanjaarden breken hun beleg na een jaar op.

Minder fortuinlijk is de stad in het Rampjaar 1672. De Franse troepen, waarmee de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden op dat moment in oorlog is, bezetten Woerden en voerden er ruim een jaar een waar schrikbewind uit. Veel gebouwen en archieven gaan verloren door brand of plundering.

In het begin van de achttiende eeuw wordt Woerden voorzien van een nieuwe buitengracht (de huidige Singel) en wordt de vesting vernieuwd. De stad gaat deel uitmaken van de Oude Hollandse Waterlinie. In de achttiende eeuw wordt een aantal nieuwe gebouwen, deels voor militair gebruik, gerealiseerd. In 1701 wordt het eerste militaire opslagmagazijn, voorloper van het huidige Arsenaal uit 1762,  gebouwd; in 1790 komt er een Kazerne in de binnenstad. In 1755 was op een van de bolwerken van de stadsomwalling al de korenmolen De Windhond gebouwd.

De 'Franse tijd' (1795-1813) eindigt in Woerden dramatisch. Omdat de bevolking zich te vroeg achter de Prins van Oranje schaart (de Fransen zijn op dat moment nog in de stad) nemen de terugtrekkende Franse militairen wraak door op 24 november in een grote plunder- en moordpartij 28 burgers te doden en 37 meer of minder ernstig te verwonden. De Ramp van Woerden is een weinig bekend drama in de vaderlandse geschiedenis.

In de tweede helft van de negentiende eeuw maakt Woerden een gunstige economische ontwikkeling door. Er komt een spoorwegstation (1855), een Militaire Herstelwerkplaats (1873) en een kaasmarkt (1885). Woerden verliest echter zijn militaire belang en wordt niet opgenomen in de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Om de stad beter te ontsluiten en uit te kunnen breiden worden met name onder leiding van burgemeester M.W. Schalij (1883-1912) de wallen en muren gesloopt en de stad opengelegd. Vanaf 1900 vindt de eerste stadsuitbreiding plaats. In 1890 wordt een nieuw stadhuis in gebruik genomen op de Westdam; twee jaar later bouwen de rooms-katholieken hun Bonaventurakerk, terwijl in 1899 een Klooster tot stand komt op de Wilhelminaweg (thans Kunstencentrum).

Woerden ontwikkelt zich in de twintigste eeuw tot een plaats met een belangrijke regionale functie. De stad kent verschillende ziekenhuizen, die in 1980 samenkomen in het Hofpoortziekenhuis. De spoorwegverbindingen worden steeds beter. Ook het autoverkeer stroomt beter door, nadat in 1960/1961 de Oude Rijn, die door de stad liep, gedempt is (de huidige Rijnstraat), tot verdriet van een groot aantal ingezetenen.

In 1964 wordt Woerden uitgebreid met het grootste gedeelte van de voormalige gemeenten Barwoutswaarder en Rietveld, beiden gelegen ten westen van de stad. In 1989 vindt een volgende herindeling plaats, waarbij Woerden, tot dat moment behorend tot de provincie Zuid-Holland, overgaat naar de provincie Utrecht en waarbij de per 1 januari 1989 opgeheven Utrechtse gemeenten Kamerik en Zegveld met Woerden een nieuwe gemeente vormen. Met ingang van 2001 werd Harmelen daarbij gevoegd.

De groei van de stad gaat nog altijd door. Na het ontstaan van grote woonwijken ten noorden, oosten en westen van de oude stad is momenteel in het zuidoosten de nieuwe wijk Snel & Polanen in ontwikkeling.

Literatuur:
  • Roland Blijdenstein, Waardevol Woerden in ontwikkeling: een cultuurhistorische effectrapportage van de binnenstad van Woerden (Woerden, 1999);
  • C.M. van Dam, Hoochwoert en zo: de ontwikkeling van de Woerdense binnenstad, 1949-heden (Woerden, 2006);
  • Jan van Es en Saskia van Ginkel-Meester, Woerden: geschiedenis en architectuur (Zeist, 2000);
  • C.J.A. van Helvoort, Hoofdstukken uit de geschiedenis van de stad Woerden (Hilversum, 1952);
  • Rob van der Laarse, Bevoogding en bevinding: heren en kerkvolk in een Hollandse provinciestad, Woerden 1780-1930 (Woerden, 1989);
  • Nico Plomp, Woerden 600 jaqr stad (Woerden, 1972).