Nederlands Hervormde Kerk

 

Midden in de dorpskern van Harmelen staat de Nederlands Hervormde Kerk. De oudste voorganger van deze kerk is waarschijnlijk omstreeks 1297, het jaar van de oudste vermelding, gesticht. Vanaf 1288 tot de Reformatie had de kerk banden met de Johanniterorde die in Harmelen een commanderij stichtte. Verschillende keren heeft de kerk geleden onder branden en plundering. Reeds in 1593 schreef men "De kercke is hier verbrant; maar daer is in dezelve wederomme een seer bequame plaetse gemaekt omme te predicken". In het Rampjaar 1672 hielden de Franse troepen er verschrikkelijk huis en bekend is de grote kerkbrand op 23 juni 1900 als gevolg van blikseminslag.

Ondanks alle verwoestingen heeft de kerk nog bouwsporen in zich die terug gaan tot de 14e eeuw. De huidige vorm van de kerk dateert uit de 15e eeuw. Alleen de half achthoekige koorafsluiting is vanuit een vroegere periode. Het schip van de kerk is met zijn 12 meter bijzonder breed. Dit staat niet in verhouding met de lengte. Blijkbaar stonden de oorspronkelijke muren dichter bij elkaar, maar door ruimtegebrek zijn de muren naar buiten toe geplaatst waardoor de graadbogen op het houten kruisgewelf op de snijding van het transept (dwarsvleugel) en koor, geen steun meer ondervonden. Om dit op te vangen metselde men twee kolommen op pilaren, die in dezelfde richting staan als de muren en daarmee door kleine cirkelvorminge bogen zijn verbonden.

 De geschiedschrijver van de Staat der Verenigde Nederlanden was het in 1753 opgevallen dat de kerk was voorzien van "twee konstig gemetselde colommen, waar het houten gewelf op rustte". Bij de herstelwerkzaamheden na de brand van 1900 zijn de kolommen vernieuwd. Ze zijn gemetseld van baksteen afgewisseld met zandsteen, terwijl de kapiteelen en basementen van rode baksteen zijn.

De restauratie van de kerk na de grote kerkbrand iis overigens te danken aan het enthousiasme van de bekende archtect P.J.H. Cuypers, die in die tijd in de omgeving werkzaam was bij kasteel De Haar. Elementen als de toegang tot de kerk en de stenen ballustrade rond de kerktorn kwamen van zijn hand. Onder de architecten E.G. en J.C. Wentink werd het verdere ontwerp voor de restauratie gemaakt, die in 1901 grotendeels gereed kwam. Zo werd de voortgang van de prediking mede gewaarborgd. Een tweetal herdenkingsstenen herinneren aan de herbouw van de kerk, een vanuit de kerkvoogdij; een andere vanuit de burgerlijke gemeente Harmelen, die eigenaar van de kerktoren was. Later werd de kerk (in de jaren 1977 en 1978) grondig gerestaureerd.

De dwarsbalken in het plafond in de kerk dragen bij de tot "de woordverkondiging". Zijn zijn namelijk voorzien van diverse fraaie bijbelwoorden, zoals bijvoorbeeld: "Die volstandig zal blijven tot het einde, die zal zalig worden". Ook de andere teksten kunnen de bezoeker tot nadenken stemmen. Voorts zijn er nog enkele grafstenen in de kerk aanwezig: Een grafsteen van o.a. professor Petrus Burman aan de transeptmuur. Deze hoogleraar in de "Historieën en welsprekendheid (Latijn)" heeft op huize Batestein in Harmelen gewoond en is in 1741 in Leiden overleden. Ook is er een steen in de consistoriekamer ter herinnering aan Prof. Abraham Wieling (Wielingius).

Archieven
  • Archief van het kerspel Harmelen 1599-1870 (H215), invnrs 19-20;
  • Archief van de gemeente Harmelen 1811-1939 (H222), o.a. invnrs 1467-1473 en 1640.

Het archief van de Hervormde gemeente van Harmelen berust onder het kerkbestuur.

Literatuur
  • P. Blom, Inventaris van de archieven van de Hervormde Gemeente van Harmelen, (Harmelen, 1988);
  • J. de Bruijn, De Hervormde gemeente Harmelen, historische geschetst van haar oorsprong tot aan heden (z.p., 1974);
  • J. Kwantes, Rondom het Woord: de geschiedenis van de Hervormde gemeente van Harmelen en haar kerkgebouw (Harmelen, 2012);
  • Karel Loeff en Elyze Smeets, Harmelen: geschiedenis en architectuur (Utrecht, 2000), pp.120-124.