Waterschap Breudijk

Het waterschap Breudijk lag in de gemeente Harmelen tussen de waterschappen Oudeland-en-Indijk (in het zuiden) en Gerverscop (in het noorden). Aan de westkant lag het waterschap Klein Houtdijken, terwijl de oostgrens werd gevormd door de Hollandse Kade, ook de grens van het vroegere Groot-Waterschap van Woerden. De noordgrens was de Gerverscopperdijk, terwijl de zuidgrens werd gevormd door de Breudijk, waar de polder zijn naam aan ontleende.

breudijkNet als van de omringende polders begint de geschiedenis van het waterschap Breudijk in de middeleeuwen. De bisschop van Utrecht, die landsheer was over dit gebied gaf stukken veenwildernis ter ontginning uit aan kolonisten. Zo’n stuk moeras werd een “cope” genoemd. Het drassige land werd eerst drooggemaakt. Dat gebeurde door het water uit het hoger gelegen land via een stelstel van gegraven sloten te laten weglopen in een lager gelegen grotere watergang, in dit geval de Oude Rijn. Vervolgens werden de bomen en beplanting platgebrand en kon het land geschikt gemaakt worden voor akkerbouw. Dat “nieuwe” land was verdeeld in stukken met een vaste lengte en breedte. Vanaf een watergang of een dijk waren ze ongeveer 1250 meter lang en 100 meter breed. In de polder Breudijk begonnen die stukken vanaf de Breudijk; aan het eind ervan werd een nieuwe dijk of wetering gelegd, in dit geval de Gerverscopperdijk. De Breudijk, misschien een verbastering van “broekdijk” (moerasdijk), was waarschijnlijk de noordgrens van de oudere ontginning Oudeland-en-Indijk.

Door inklinking van het land stroomde het water uit de sloten vanaf de veertiende eeuw niet meer vanzelf naar de Oude Rijn. Het overtollig water moest daarom vanuit de lager gelegen polder omhoog gebracht worden; dat gebeurde met een windwatermolen. Wanneer de eerste watermolen in Breudijk is gebouwd is niet precies bekend, maar het zal niet veel eerder of later zijn dan de molen in Gerverscop, gebouwd in 1503. De oudste molen van de polder Breudijk is in 1673 door de Fransen  verwoest; in 1674 werd hij door een nieuwe vervangen. Die molen, vrijwel zeker een wipwatermolen, werd in 1753 vervangen door een rompwatermolen. De molens voerden het overtollig water via een molenvliet ter hoogte van de Putkop in de Oude Rijn. De molen stond in het westelijk deel van de polder, ongeveer halverwege de Gerverscopperdijk en de Breudijk.

De schout van het gerecht Breudijk (eigenlijk waren het er twee, omdat het grondgebied van de polder deels onder Holland en deels onder Utrecht viel en elk stuk zijn eigen schout had) hield met twee heemraden of poldermeesters toezicht op de dijken en sloten in de polder. Dat gebeurde aan de hand van een “schouwbrief” of reglement. De oudst bekende schouwbrief van Breudijk is uit 1620. Voor het beheer van de molen waren er naast de poldermeesters ook nog twee molenmeesters.

In 1862 werden de inrichting en taken van het polderbestuur van Breudijk in een Bijzonder Reglement vastgelegd. Het bestuur van het waterschap, zoals het vanaf toen genoemd werd, bestond uit een voorzitter en vier bestuursleden of heemraden.h0903 breudijk rond 1960 De heemraden werden gekozen uit de gezamenlijke grondeigenaars of ingelanden; de voorzitter werd benoemd, soms uit de ingelanden, maar ook erbuiten. Zo was soms de burgemeester of gemeentesecretaris van Harmelen voorzitter van het waterschap.

In het begin van de twintigste eeuw kwam er ook een verandering in de bemaling van het waterschap. De oude windmolen werd in 1904 vervangen door een stoomgemaal en in datzelfde jaar gesloopt. Het nieuwe gemaal, ontworpen door ingenieur H. Paul, werd in 1931 omgebouwd tot elektrisch gemaal. In 1961 werd de bemaling van het waterschap Breudijk overgenomen door het gemaal van het naburige waterschap Gerverscop. Het gemaal met machinistenwoning aan de Wildveldseweg werd verkocht en is nu in gebruik als woning.
Behalve de zorg voor de bemaling had het bestuur van het waterschap ook het toezicht op de dijken, kades, sloten en wegen in het waterschap, waaronder de Breudijk. De Breudijk had vanouds enig belang als landverbinding tussen Harmelen en de Vechtstreek. Veel later, in de negentiende eeuw, werd de zandweg, die erop lag, verhard. Het werd een stuk van de Kantonale Weg Zuilen-Harmelen en om hem te onderhouden werd er tol geheven.

In de jaren ’60 van de vorige eeuw vond de Ruilverkaveling Harmelen-Kockengen plaats. Daarbij bleek dat de bestuurlijke organisatie van het waterschap niet meer voldeed aan de nieuwe eisen met betrekking tot het waterstaatkundig beheer. Per 1 januari 1975 werd het waterschap Breudijk met alle andere polders en waterschappen binnen het Groot-Waterschap van Woerden opgeheven en gingen ze op in een nieuw Groot-Waterschap van Woerden.

Archief
  • Archief van het waterschap Breudijk 1640-1974 (H087).