Duiventoren

Net buiten het dorp Harmelen staat in het weiland aan de Joncheerelaan een oude duiventoren. De duiventoren behoorde bij het nabij gelegen Huize Harmelen.

Bij de openbare verkoping van Huize Harmelen in 1681 werd de duivenvlucht als een van de heerlijke rechten genoemd, die blijkens de oude leenbrieven bij deze ridderhofstad behoorden. Het aanhouden van een vlucht duiven was vanouds alleen aan de adel toegestaan. Dit had te maken met het feit dat de duiven niet of nauwelijks bijgevoerd werden en hun voedsel dus in de nabije omgeving zochten, tot nadeel van derden. Om deze overlast zoveel mogelijk te beperken moest de houder van een duivenvlucht een bepaalde oppervlakte grond bezitten. In de loop der tijd ontwikkelde de duivenvlucht zich tot een heerlijk recht, dat vanaf de zeventiende eeuw ook in handen kwam van de gegoede stand die min of meer op gelijke voet met de adel wilde leven.

Wanneer de huidige Harmelense duiventoren is gebouwd is niet precies bekend. Waarschijnlijk is hij in het begin van de 19e eeuw gebouwd door de toenmalige kasteeleigenaar, Adriaan van Beusechem, heer van Harmelen c.a.. Deze kasteelheer heeft zich erg ingespannen om van Huize Harmelen een mooie buitenplaats te maken. De duiventoren gaf een zekere status aan de buitenplaats; het maakte het landgoed "compleet". De afzonderlijk gebouwde duiventoren paste goed in de parkachtige omgeving van het kasteel.Het aantal duiven dat in het bezit was van Huize Harmelen blijkt in de negentiende eeuw van jaar tot jaar nogal sterk te verschillen. In 1852 werd er een aantal van 350 opgegeven; tien jaar later waren het er nog maar vijftig. In 1870 werden er honderd duiven geteld, in 1873 tweehonderd en weer drie jaar later was het aantal gezakt tot zestig stuks.

Na het overlijden van ambachtsheer Adriaan de Joncheere werd Huize Harmelen in 1913 openbaar verkocht. Hierdoor raakte het landgoed versnipperd. De duiventoren raakte in verval en werd gebruikt als varkensschuurtje.

Na de Tweede Wereldoorlog werden er door de gemeente Harmelen pogingen gedaan om de toren te restaureren. De Bond Heemschut steunde de gemeente, niet zo zeer vanwege het kunsthistorische belang van de toren maar omdat er nog maar ruim twintig duiventoren in Nederland bewaard waren gebleven. In 1950 werd de gemeente eigenaar van de duiventoren en volgde restauratie. Inmiddels is het kleine markante gebouwtje op de rijksmonumentenlijst geplaatst.

Literatuur

Karel Loeff en Elyze Smeets Harmelen: geschiedenis en architectuur (Zeist, 2000), pp. 113-114;

J.F. van Rooijen, "De duiventoren van Huize Harmelen" in: Heemtijdinghen jg. 28 (1992), nr. 2, pp. 58-60.