Huize Harmelen

Huize Harmelen is in de middeleeuwen gebouwd waarschijnlijk door de heren Van Amersfoort, die soms de familienaam Van Stoutenburg gebruikten. Aangenomen wordt dat in de jaren 1270-1280 een woontoren is gebouwd, waaruit het kasteel is ontstaan. In 1348 werd het huis leenroerig aan de Sint-Paulusabdij in Utrecht en werd Dirk I van Zuylen, die met een erfdochter van de Van Stoutenburgs was getrouwd, leenman van dit goed. Dirk IV, wonende op kasteel De Haar, deed Huize Harmelen over aan zijn broer Gijsbrecht. Beide kastelen van de Van Zuylens werden echter in 1481 verwoest tijdens de belegeringen van de Hollandse stadhouder Joost van Lalaing. Pas in 1535 werd de restauratie van de gelden oorlogsschade voltooid. Huize Harmelen werd op de fundamenten van de kelders in oude vorm hersteld en kon een jaar later worden erkend als ridderhofstad.

In het rampjaar 1672 werd het kasteel evenals de kerk opnieuw verwoest. In 1681/82 verkocht Balthasar van Baexen de ruïne. Vervolgens waren de families De With, Van Beusechem en De Joncheere eigenaar van het kasteel. De kasteelheren waren tevens ambachtsheer van Harmelen c.a.H0341 In het begin van de 19e eeuw werd het landgoed door Adriaan van Beusechem aanmerkelijk verbeterd. Bovendien breidde hij de bezittingen die bij het kasteel hoorde uit door veel onroerend goed aan te kopen. Huize Harmelen lag in een parkachtige omgeving met daarin de nog bestaande duiventoren. De De Joncheerelaan was in feite de toegangsweg naar het huis. Vanouds hoorde bij het kasteel een boerderij, de Ambachtshoeve, die in de 19e eeuw werd verplaatst naar de Appellaan. Voorts was er een tuinmanswoning, een oranjerie, koetshuis en ook het huidige Jagtrust bij het Vijverbosch was in handen van de kasteelheer. Adriaan de Joncheere was de laatste ambachtsheer van Harmelen die Huize Harmelen bezat, al verkoos hij elders in een villa in Harmelen te wonen. Na zijn overlijden in 1913 werden zijn bezittingen geveild.

Huize Harmelen kwam in handen van H.H. Hulsman uit Ter Aa. Het huis werd door hem tot op de kelders gesloopt. In de jaren '20 liet J.W.H. de Liefde, uitgever van het Utrechts Nieuwsblad, op de oude fundamenten een chalet neerzetten. In 1937 kreeg de nieuwe eigenaar, mevrouw C.E. Houbolt-Joppe, toestemming deze villa weer af te breken. In 1949/50 werd op het noordelijk deel van het onderhuis in historiserende stijl het huidige huis gebouwd naar ontwerp van de architecten Verheus uit Den Haag en Schulte uit Utrecht. Voor de bouw ervan werden stenen gebruikt van de fundamenten van het huis Te Nesse in Linschoten.

Archieven

Het huisarchief van Huize Harmelen bevindt zich in Het Utrechts Archief.

Literatuur:
  • J. van Bemmel, Harmelen: kasteel, kerk en kerspel (Woerden, 1981);
  • Karel Loeff en Elyze Smeets, Harmelen: geschiedenis en architectuur (Utrecht, 2000), pp. 115-120;
  • Jaap Renaud, "Harmelen" in: B. Olde Meierink e.a. Kastelen en ridderhofsteden in Utrecht (Utrecht, 1995), pp. 237-241.