Oudewaterse Moord

In het stadhuis van Oudewater hangt een schilderij, dat bijna vijf meter lang en twee meter hoog is. Het werd in 1650 geschilderd door Dirck Willemsz Stoop en het beeldt de gebeurtenissen van 7 augustus 1575 af, de zogenaamde “Oudewaterse Moord”.

Aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog, in juni 1572, sloot Oudewater zich, zoals veel Hollandse steden, aan bij de opstand onder leiding van de Prins van Oranje tegen het Spaanse gezag. De opstandelingen brachten een militaire bezetting in de stad onder leiding van de hopman Hans Munter de jonge. Ook werden de middeleeuwse stadsmuren en grachten verbeterd, omdat de kans bestond dat de Spanjaarden pogingen zouden ondernemen Oudewater te belegeren en heroveren. Dat gebeurde inderdaad half juli 1575, toen de graaf van Hierges, de aan de koning van Spanje trouw gebleven bevelhebber van een aanzienlijk leger van Spanjaarden en Waalse en Duitse huurlingen, vanuit Buren naar het westen trok. Op 19 juli arriveerde het leger voor Oudewater en troffen Hierges en zijn staf de eerste voorbereidingen voor een beleg. Eind juli werden er vanuit Buren ook ruim 25 kanonnen naar Oudewater vervoerd, die door de Spanjaarden op verschillende plaatsen rond de stad in stelling werden gebracht.a0177

Ondertussen hadden in Oudewater het stadsbestuur en commandant Munter de verdediging georganiseerd. Ze waren zich bewust van het feit, dat ze het met hun beperkt aantal manschappen en de plaatselijke schutterij niet lang zouden volhouden en hadden daarom twee mannen naar Gouda gestuurd. Die moesten er bij de Prins van Oranje op aandringen, dat er opdracht gegeven zou worden om het land rondom Oudewater onder water te zetten; ook moesten ze vragen om meer troepen ter verdedigng van het stadje. Hierges had hier echter lucht van gekregen: hij nam al maatregelen om overstroming te voorkomen en maakte haast met de belegering. Op 6 augustus 1575 stuurde Hierges een boodschapper naar de stad, die namens de Spaanse koning de overgave van Oudewater eiste. Het stadsbestuur vroeg drie dagen bedenktijd, maar het kreeg slechts twee uur. De militaire bezetting werd beloofd, dat ze een vrije aftocht zou krijgen onder achterlating van hun wapens. Toen er na twee uur nog geen bericht uit het stadhuis was gekomen begon Hierges met de beschieting van Oudewater en werden de eerste gaten in de stadsmuren geschoten. De dag erna, zondag 7 augustus, werd de stad bestormd door de Spaanse militairen. De burgers en de soldaten in de stad verdedigden zich heftig, waardoor er aan beide zijden veel doden en gewonden vielen. Dit mocht echter niet baten: de stad viel in handen van de vijand. Desondanks liet de verdediging, toen de Spaanse troepen al in de stad waren, nog een mijn ontploffen, wat tot nog meer slachtoffers aan Spaanse zijde leidde.

De getergde en wraakzuchtige Spanjaarden en hun Waalse en Duitse medestrijders trokken de stad in en lieten hun woede en plunderzucht de vrije loop. Niemand, ook vrouwen en kinderen, waren veilig voor deze vijand: talloze burgers werden in koelen bloede vermoord. Toen vervolgens ook de eerste huizen in de stad door de Duitse huurlingen in brand werden gestoken zag zelfs Hierges in, dat het nu de verkeerde kant opging. Hij probeerde het moorden te stoppen, alleen al om voldoende menskracht te hebben om de oplaaiende branden te kunnen blussen. Tenslotte kwam er een einde aan de “Oudewaterse Moord”: aan het eind van die bloedige zondag was de stad een doodse, rokende puinhoop. Het aantal overlevenden van de ramp bedroeg 321; het aantal gedode inwoners is niet bekend, maar was ongetwijfeld groter.

Na de inname van Oudewater zette Hierges zijn opmars voort. Hij belegerde in oktober Schoonhoven, dat zich overgaf, daarna sloeg hij het beleg voor Woerden. Deze stad hield echter ruim een jaar stand, waarna de huurlingen in het Spaanse leger er het bijltje bij neerlegden. Onder deze omstandigheden slaagde het legertje van de Prins van Oranje er in om Oudewater eind 1576 weer te heroveren.

De Oudewaterse Moord werd nog eeuwenlang herdacht. In 1650 gaf het stadsbestuur de opdracht aan Dirck Stoop om zijn schilderij te maken. Tot in de negentiende eeuw werd de Moord ook landelijk nog in herinnering gehouden door boeken, liederen en herdenkingen. Daarna nam de belangstelling buiten Oudewater af. In het stadje zelf werden de gebeurtenissen van 1575 echter niet vergeten. Nog altijd wordt er op zondag 7 augustus of op de eerste zondag na 7 augustus in het Stadhuis te Oudewater een bijeenkomst gehouden, waar de gebeurtenissen worden verhaald en op het schilderij worden aangewezen; vooraf, om twaalf uur, luidt dan het klokje op het Stadhuis.o1035

Archief
  • Archief van de stad Oudewater 1454-1813 (O001), o.a. invnrs 99 en 425-429.
  • Collectie Johan Schouten 1795-1973 (O036), invnrs 95-97, 99 en 102-103.
Literatuur
  • J.G.M. Boon (red.), Oudewater 1570-1580: vrijheid en gezag (Oudewater, 1975);
  • Arnoldus van Duyn, Oudewaters Moord of waaragtig verhaal van d’oudheid, belegering, inneemen en veerwoesten der gesegde stad door een meer als heydensche wreedheid (z.pl, 1669);
  • Nettie Stoppelenburg, De Oudewaterse Moord ((z.pl, 2005).