Gemeentewapen

Het wapen wordt als volgt omschreven:

Gevierendeeld:  I van zilver met een wildeman van sabel, het gelaat aanziende, met de rechterhand een strijdkolf van azuur over de schouder houdende, ten halven lijve oprijzende uit een grond van natuurlijke kleur; II en III van zilver met drie molenijzers van keel, geplaatst twee en een; IV van zilver met twee zwanen van hetzelfde, gebekt van keel, achter elkaar zwemmende in een water golvend en gedwarsbalkt van zeven stukken, sinopel en zilver. Het schild gedekt met een helmkroon.

Het wapen is verleend bij Koninklijk Besluit van 9 december 1907, nr. 64.

Het gemeentewapen van Willeskop zoals dat in 1907 is vastgesteld, is een onnauwkeurige weergave van het wapen dat de familie Foreest in de achttiende eeuw als heerlijksheidswapen van Willeskop hanteerde: daarin zijn de kwartieren I en IV verwisseld. Het heerlijksheidswapen heeft nog gefigureerd tot de formele afschaffing van de heerlijkheden in 1848.

Het eerste kwartier geeft een wildeman met een knots weer. Deze figuur komt in de achttiende eeuw veel voor als ornament naast een wapen. Dat deze figuur hier in het wapen is afgebeeld, komt wellicht omdat men in de achttiende eeuw - overigens ten onrechte - een relatie legde tussen de naam Willeskop en wildeman. De molenijzers in de kwartieren II en III zijn ontleend aan het wapen van de burggraven van Montfoort, die van oudsher teven heren van Willeskop zijn geweest. Tot slot zijn de twee zwanen in water in kwartier IV afkomstig van het wapen van de genoemde Foreest's, die in de achttiende eeuw ambachtsheer van Willeskop waren.