Gasfabriek

Ergenis over de slechte straatverlichting door petroleumlantaarns was in 1909 aanleiding voor F.H. van Kempen, de net benoemde nieuwe burgemeester van Montfoort, om te onderzoeken of er in de stad een gasfabriek kon worden gesticht. Een gasfabriek zou niet alleen een betere straatverlichting met gaslantaarns mogelijk maken, maar bovendien de inwoners van Montfoort van energie kunnen voorzien. Een stad als Montfoort moest toch net als de omringende kleine steden (Woerden, IJsselstein en Oudewater) mee in de vaart der volkeren?

Nadat de financiële haalbaarheid was aangetoond, besloot de gemeenteraad in 1910 om tot bouw van een steenkolengasfabriek over te gaan. De fabriek moest worden gebouwd Buiten de Willeskopperpoort, vlak bij de huidige begraafplaats aan de Julianalaan. De Maatschappij tot Bouw en Exploitatie van Gemeentebedrijven (Mabeg) te Utrecht kreeg opdracht op de gasfabriek bedrijfsvaardig op te leveren tezamen met een compleet buizennet, straatverlichting en huisaansluitingen. De gasfabriek werd op 6 februari 1911 in gebruik genomen.

De belangstelling voor het geproduceerde steenkolengas was groot. Onder de grootverbruikers behoorden de Tuchtschool en het Antoniusgesticht. Bovendien gingen enkele Montfoortse ondernemers over op gas als energiebron. Bij de stichting van de fabriek werd de exploiatie ervan verpacht aan de Mabeg. F.A.G. Daniël werd directeur. Om meer terug te zien van de winst die op de gasverkoop gemaakt werd, besloot de gemeenteraad met ingang van 1924 de exploiatie van de Mabeg over te nemen. In dezelfde periiode werd overigens het waterleidingbedrijf opgericht. Hogerheijde, directeur van de Gemeentebedrijven, kreeg de leiding over de gasfabriek.

Er braken echter zware tijden aan voor het gasbedrijf. Juist in de crisisjaren werd in 1932 de hete adem van de concurrentie voelbaar. De PUEM (Provinciale Utrechtsche Electriciteits-Maatschappij) ging reclame maken voor electriciteit. Dit was de gemeente een doorn in het oog. De inwoners beschikten met het gas al over een goede mogelijkheid om te koken en te verwarmen. Als door afname van het gasverbruik de fabriek verlies zou draaien, dienden de ingezetenen dit via de belastingen te betalen. De nieuwe ontwikkelingen vielen echter niet tegen te houden. Al in 1935 besloot de gemeente de gasproductie langzaam af te bouwen. Door de Tweede Wereldoorlog liet de liquidatie van de gasfabriek nog op zich wachten tot 1947. Precies twintig jaar later kreeg Montfoort overigens aardgas en beschikte Montfoort weer over gas als energiebron.

Archieven
  • Archief van de gemeente Montfoort 1813-1937 (M061), o.a. invnrs 388-395, 665-675 en 3492.
Literatuur