Schans of Linie van Linschoten

schans_linschoten.jpg

De mogelijkheid om de laaggelegen delen in het Holland-Utrechtse veengebied onder water te zetten, speelde eeuwen een belangrijke rol in de militaire strategieën. De (oude) Hollandse waterlinie kon een belangrijke rol vervullen in de strijd tegen de vijand. Een zwakke schakel in het geheel vormden de hoger gelegen gebieden, zoals de stroomrug tussen Montfoort en Linschoten, die niet inundeerbaar waren.

De aanleg van een schans maakte verdediging ter plaatse mogelijk. Al in 1574 wordt in de stadsrekening van Montfoort gesproken over de schans van Linschoten. De Staten van Holland en West-Friesland kochten in 1747 het Huis te Nesse (bij Linschoten) aan om de hoge rug waarop dit huis lag, af te graven met het doel een groter gebied te kunnen inunderen. In 1792 werd op de plaats van het huidige Schansbos een verdedigingslinie aangelegd, die in 1796 door directeur Krayenhof van de Hollandse fortificatiën werd uitgebreid. In dezelfde tijd werd overigens in Willeskop een verdedigingswerk, te weten het retranchement van De Pleit, aangelegd.

Vermeldenswaardig is nog dat enkele jaren later de Fransen in het Schansbos een kampement hadden, waar enkele honderden soldaten bivakkeerden die vanuit Montfoort van alle benodigdheden moesten worden voorzien.

Omstreeks 1840 is de schans afgegraven, maar hij is in het landschap nog goed herkenbaar.

Literatuur
  • Jan van Es, Limes en Linie: twintig eeuwen verdedigingswerken tussen de Oude Rijn en de Hollandsche IJssel (Woerden, 2004), pp. 72-73;
  • Fred Gaasbeek en Charles Noordam, Montfoort: geschiedenis en architectuur (Zeist, 1992), pp. 51-52.