Beknopte geschiedenis van Linschoten

De vruchtbare kleigronden van Linschoten waren al zeer vroeg permanent bewoond. In de middeleeuwen vonden de grote ontginningen plaats, waarbij de woeste veengronden in de omgeving geschikt werden gemaakt voor landbouw. Hiertoe werden overeenkomsten gesloten met de landsheer ofwel de bisschop van Utrecht. Zo'n overeenkomst werd een "cope" genoemd, welke benaming nog terug te vinden is in namen van bepaalde ontginningen zoals Willeskop. De polders kregen door de verbeterde ontwatering te maken met inklinking van de bodem. Dankzij de inzet van molens en later gemalen kon het boerenland behouden blijven en bewerkt worden.

De Stichts-Hollandse grens liep dwars door het gebied. Linschoten lag binnen de directe invloedssfeer van de burggraven van Montfoort, die er bovendien veel bezittingen hadden. Linschoten telde destijds maar liefst vier kastelen: Wulvenhorst, Huis te Nesse, Heulestein en Linschoten. Het laatstgenoemde kasteel moet niet verward worden met het nog bestaande Huis te Linschoten, dat rond 1638 als buitenplaats gebouwd werd door Johan Strick. Eerder was deze invloedrijke heer al eigenaar van de heerlijkheid Linschoten en het patronaatsrecht van de kerk. Deze heerlijke rechten gaven de eigenaar bestuurlijke invloed gaf. In de loop der tijd vergaarde de familie Strick meer heerlijkheden, zoals die van Polanen, de Lange Linschoten, Snelrewaard, Hekendorp en IJsselveere, Schagen en Den Engh en tenslotte Cattenbroek. In 1848 sterft de tak van de familie Strick van Linschoten in mannelijke lijn uit. Uiteindelijk komt het landgoed in 1891 in handen van de familie Ribbius Peletier. Het gebied rond het Huis te Linschoten is thans beschermd natuurgebied.

Gelukkig is ook het behoud van de historische dorpskern van Linschoten gewaarborgd. Linschoten heeft een beschermd dorpsgezicht. Rondom de oude dorpskerk staan diverse monumentale gebouwen, die soms doen lijken alsof de tijd hier heeft stilgestaan. De oude kerk is oorspronkelijk ontstaan als kapel van het kasteel Linschoten. Daarna fungeerde deze tot de Reformatie als parochiekerk, gewijd aan Johannes de Doper. Het uiterlijk van de toren is in 1877 veranderd, doordat de kerkvoogdij van de hervormde gemeente toen besloot de toren in te korten met het oog op het scheefzakken van de toren. Nog altijd staat de toren flink uit het lood.

Het grondgebied van de gemeente Linschoten was - zeker na de samenvoeging met de gemeenten Wulverhorst en Achthoven in 1857 - vrij groot. Het stadje Montfoort lag ingeklemd tussen Linschotens gebied. Daardoor deed zich de merkwaardige situatie voor dat de nieuwe woonwijken van Montfoort, te weten Heeswijk en Tabakshof, in de periode 1964-1974 op Linschotens grondgebied werden gebouwd. In 1979 volgde ter plaatse overigens een grenscorrectie.

De gemeentelijke herindeling van 1989 deed een nieuwe gemeente Montfoort het licht zien, die grotendeels bestaat uit het grondgebied van het gelijknamige stadje, en de opgeheven gemeenten Linschoten en Willeskop. Voor Linschoten betekende dit dat het plaatselijk bestuur meer op afstand kwam te staan. Tegen deze achtergrond is het aardig op te merken dat het bestuur van Montfoort zetelt in het stadskantoor op het kasteelterrein te Montfoort, van waaruit eertijds de burggraaf de scepter zwaaide over ongeveer hetzelfde gebied.

Archief:
  • Archief van het gerecht Linschoten en Mastwijk 1560-1813 (M007);
  • Archief van de gemeente Linschoten, 1813-1939 (M092)
Literatuur:
  • J.G.M. Boon e.a. Sprokkelingen uit de geschiedenis van Linschoten en Snelrewaard, deel 1 en 2  (Linschoten, 1978);
  • Fred Gaasbeek en Charles Noordam, Montfoort: geschiedenis en architectuur (Zeist, 1992), o.a. pp. 32-35.