Huis Zeldenrust

 
Dokterspraktijk

De geschiedenis van het landhuis “Zeldenrust” (Dorp 176-178) begint rond 1850 als de heel- en verloskundige Cornelis Bernardus Monnik een huis en stal laat bouwen aan de noordzijde van het dorp ten oosten van het gemeentehuis. Het perceel, voorheen een boomgaard, was tien jaar daarvoor gekocht van Jan Bos, landbouwer te Benschop.  Dorp 176-178: Landhuis “Zeldenrust”, sinds 13 juni 1973 op de monumentenlijst.

De praktijk van dokter Monnik was tot dan gevestigd aan het dorpsplein, tegenwoordig Dorp 224-226 en beter bekend als het “Herman de Manhuis”. Van dit hoekpand is bekend, dat aldaar  voorheen al de plaatselijke chirurgijn heeft gewoond: zo ook dokter Monnik’s vader, de chirurgijn Adriaan Monnik.

Cornelis Bernardus Monnik woont ongeveer twaalf jaar op “Zeldenrust” als hij op 2 oktober 1862 te Utrecht op slechts 46-jarige leeftijd overlijdt. Zijn vrouw Cornelia Jacoba van der Stok blijft nog dertien jaar op het landhuis wonen. Op 20 april 1875 draagt ze het huis over aan haar dochter Catharina Cornelia Jacoba Monnik, negen maanden daarvoor getrouwd met de landbouwer Jan Adriaan Haring. Het onroerend goed wordt geschat op een waarde van 30.000 gulden. Cornelia Jacoba van der Stok vertrekt een paar dagen later naar Utrecht.

Naamgeving

Hoewel voor het gemak steeds over het huis “Zeldenrust” wordt gesproken dateert de eerste, tot nu toe gevonden, vermelding van deze naam uit 1881 bij de overdracht van het huis van Jan Adriaan Haring aan Jan Maaijen. Bij de eerste overdracht van het huis in 1875 van Cornelia Jacoba van der Stok aan haar schoonzoon Jan Adriaan Haring is er geen vermelding van een naam. Vooralsnog moet dus worden aangenomen dat Jan Adriaan Haring de naam verzonnen heeft en dat hij als landbouwer, ongetwijfeld net als een arts in een dorpsgemeenschap, zelden rust kreeg!

Boerderij

Met de komst van Jan Adriaan Haring en Catharina Cornelia Jacoba Monnik op “Zeldenrust” krijgt het huis een agrarische functie. Rond 1875-1876 breiden ze het onroerend goed uit met een koetshuis aan de westzijde van het huis. Slechts zes jaar blijven ze eigenaar van het landhuis. Op 3 januari 1881 verkopen ze het huis met nog ruim acht hectaren weiland aan de bouwman Jan Maaijen voor een bedrag van 29.000 gulden. In die korte tijd dat ze op “Zeldenrust” wonen krijgen Jan Adriaan Haring en Catharina Cornelia Jacoba Monnik vier kinderen, eerst drie zoons en tenslotte een dochter. Hun twee jongste zonen, een tweeling, overlijden helaas als ze elf maanden oud zijn, slechts twee dagen na elkaar. Dezeldenrusteig.jpg oudste zoon Jan Adriaan is bij de verkoop vijf jaar, hun dochter Henriette is dan twee.

Jan Maaijen is bij de koop van “Zeldenrust” vader van vijf kinderen, vier dochters en een zoon. De twee jongste dochters Lijsje en Marrigje waren verstandelijk gehandicapt. Volgens overlevering woonden zij op de vliering, maar dat werd later verboden door de huisarts. Als alternatief wordt er daarom rond 1913 een klein huisje naast het landhuis gebouwd. Na het overlijden van hun moeder Adriana Bos in 1920 gaat het huis met nog ruim zeventien hectaren, tegen inbreng van 29.000 gulden in de nalatenschap, over op haar dochter, de inmiddels 61-jarige Niesje Maaijen, in 1882 gehuwd met de landbouwer Cornelis van Baaren. Het totale onroerend goed wordt dan geschat op een waarde van 63.375 gulden. De verstandelijk gehandicapte zusjes vallen vanaf dat moment ook onder hun verantwoordelijkheid. De jongste van de twee, Marrigje, overlijdt ruim een jaar later op 1 mei 1921 op 58-jarige leeftijd. Lijsje blijft dan nog ruim negen maanden in Benschop wonen. Waarschijnlijk was de situatie niet houdbaar, want in februari 1922 verhuist ze naar het Gesticht voor Krankzinnigen in Utrecht, alwaar ze twee maanden later overlijdt. Het huisje is later door Jan van Bruchem, gehuwd met Cornelia Adriana van Baaren, omgebouwd tot pinkenschuur.

Na het overlijden van Niesje Maaijen in juli 1922 worden de twee dochters Cornelia Adriana van Baaren, weduwe van Jan Cromwijk, en Janna Geertruida van Baaren mede-eigenaar van “Zeldenrust”. Zoon Jan Willemse van Baaren, gehuwd met Janna Adriana Verhoef, wordt vruchtgebruiker. Samen met zijn zussen woont hij in de jaren daarna op “Zeldenrust”.
In maart 1954 overlijden Cornelia Adriana van Baaren en Jan Willemse van Baaren, slechts vijf dagen na elkaar. Omdat hun vader Cornelis van Baaren en hun zus Janna Geertruida al in 1931 en 1947 overleden zijn, neemt de 53-jarige Janna Adriana Verhoef, weduwe van Jan Willemse van Baaren, de boerderij over. Haar dochter Niesje komt, direct na haar huwelijk met Simon Voordouw op 13 januari 1955, ook op “Zeldenrust” wonen. In de tien jaar dat ze op het landhuis wonen, worden er vijf kinderen geboren, drie jongens en twee meisjes, waaronder een tweeling.

Haar zus Cornelia Adriana van Baaren, wordt na haar huwelijk in 1964 met Jan van Bruchem, eigenares van “Zeldenrust”. Haar moeder Janna Adriana Verhoef blijft tot haar dood in 1991 op het landhuis wonen. Hun zoon Jan is inmiddels sinds 2001 de huidige eigenaar van “Zeldenrust”.

Archieven:
  • RHC Rijnstreek en Lopikerwaard. L156: Notarieel archief Lopik, 1609-1925;
  • RHC Rijnstreek en Lopikerwaard. Y045: Notarieel archief IJsselstein, 1614-1925;
  • Groene Hart Archieven Gouda. 0044: Archieven van de notarissen residerende te Gouda, 1843-1925 (notaris Montijn, 1875).