IJsselstein als stad

De bouw van het kasteel IJsselstein vormde de aanzet tot de ontwikkeling van de nederzetting IJsselstein. Halverwege de dertiende eeuw bouwde Gijsbrecht van Amstel dit kasteel op een strategisch punt langs de IJssel. Dit kasteel trok enige bebouwing aan. Zo verhuisden de inwoners van de nederzetting Eiteren geleidelijk aan naar het iets oostelijker gelegen IJsselstein.

In 1279 kwam het land IJsselstein in handen van Gijsbrecht van Amstel, die zich al snel Gijsbrecht van IJsselstein liet noemen. In dit jaar ontving Gijsbrecht diverse goederen in leen van het kapittel van Sint Marie te Utrecht, voor zover deze in het IJsselsteinse land lagen. Er braken roerige jaren aan voor het Stichts-Hollands grensgebied waarin IJsselstein lag: gewapende conflicten vonden plaats tussen de bisschoppen van het Sticht Utrecht en de graven van Holland. Gijsbrecht raakte zijn IJsselsteinse goederen kwijt door de inmenging van de Utrechtse bisschoppen. In 1304 werd Gijsbrecht van IJsselstein door het kapittel van Sint Marie weer volledig in zijn rechten hersteld. De verbetering van de verhouding met de Utrechtse bisschop Guy van Avesnes werd bekrachtigd door het huwelijk tussen zijn dochter Maria van Henegouwen met de zoon van Gijsbrecht, Arnoud, in 1309. Nadat de rust in Holland en het Sticht was weergekeerd, kon Gijsbrecht zich intensief bezig gaan houden met de ontwikkeling van de nederzetting IJsselstein. Hij wordt daarom ook wel de stadsstichter van IJsselstein genoemd. p0043.jpg  

Geen enkele landsheer heeft IJsselstein ooit een officieel stadsrecht geschonken. Toch werd in 2010 het 700-jarig bestaan van de stad IJsselstein gevierd. De organisatoren betoogden dat het jaar 1310 wel degelijk aangemerkt kon worden als het stichtingsjaar van de stad, aangezien er toen een aantal belangrijke gebeurtenissen plaatsvonden die de basis legden voor de ontwikkeling van de nederzetting IJsselstein tot een complete stad. In 1310 stichtte Gijsbrecht nabij het kasteel een aan St. Nicolaas gewijde kerk. In ditzelfde jaar schonk de bisschop van Utrecht, Guy van Avesnes, aan IJsselstein het recht om drie vaste jaarmarkten te houden, wat de economische activiteit stimuleerde. De combinatie van de stichting van de kerk en het krijgen van toestemming voor het houden van jaarmarkten duidde erop dat er sprake was van een doelbewuste verheffing van een nederzetting tot een stad. Wel werd in de bronnen pas vanaf 1321 gesproken over de ‘poort’ IJsselstein, wat een specifieke benaming was voor een stad.
 
Hoogstwaarschijnlijk bestond de nederzetting IJsselstein oorspronkelijk uit percelen langs de IJsseldijk en mogelijk ook de Achterslootsewijk. In 1310 had IJsselstein ongeveer de vorm van de huidige binnenstad gekregen. Eerst werd het stadje alleen nog maar beschermd met grachten en een aarden wal. Pas in 1390 versterkte Arnold van Egmond, heer van IJsselstein, de stad met muren, poorten en torens. Er werden twee stadspoorten gebouwd, de IJsselpoort aan de noordelijke kant en de Benschopperpoort aan de zuidelijke kant van de stadswallen. Deze vestingwerken konden echter niet verhinderen dat IJsselstein maar liefst driemaal – in 1417/1418, 1427 en 1466 – vrijwel volledig werd verwoest. Gelukkig wist de stad zich steeds weer te herstellen.
 
Eeuwenlang werd verzuimd de verdedigingswerken te moderniseren. Er vond alleen af en toe wat provisorisch herstel van de middeleeuwse vestingwerken plaats, en dit bleef vanaf de negentiende eeuw zelfs helemaal achterwege. In de eerste helft van deze eeuw zijn de stadsmuren met de grond gelijk gemaakt. In 1852 werden ook de beide poorten afgebroken en vervangen door andere bouwwerken. Alleen bij het restant van de oude stenen molen is nog een stuk stadsmuur met een koepeltorentje blijven staan.

Literatuur
  • J.G.M. Boon, ‘Kenmerk van ‘stad-zijn’,’ in: Historische Kring IJsselstein 50/51 (1989), pp. 237-242;
  • M.W.J. de Bruijn, IJsselstein als vesting (IJsselstein, 2005);
  • L. Murk, IJsselstein, hoe was ’t ook al weer? in de vorige eeuw (IJsselstein, 2002);
  • A.M. Fafianie, ‘IJsselsteinse stadsmuur, beproefd weerbaar,’ in: Historische Kring IJsselstein 50/51 (1989) pp. 202-236;
  • A.M. Fafianie, IJsselstein, een plaats voor bestuur: zes eeuwen stadhuizen, burgemeesters en raden (IJsselstein, 2000);
  • ‘IJsselstein 700 stad! Hoe weten we dat?; Verslag van een zoektocht,’ in: Historische Kring IJsselstein 126 (2009), pp. 1-8;
  • B.J. van der Saag, De staatsrechtelijke positie van IJsselstein voor 1795 en in het bijzonder in het jaar 1556 [scriptie] (z.pl.,1979);
  • Patrick van der Voorn, IJsselstein: middeleeuwse vestingstad. De geschiedenis van IJsselstein tot 1511 [scriptie] (z.pl., 1987).