Ontstaan van het Groot-Waterschap van Woerden

Op 11 mei 1322 werd door Graaf Willem III een akte uitgegeven die wordt beschouwd als de oprichtingsakte van het Groot-Waterschap van Woerden.

Dit wil niet zeggen dat vòòr die datum geen waterstaatszaken werden geregeld in dit gebied. In de vroege middeleeuwen waterde het Stichts-Hollandse veengebied af via de Oude Rijn. Toen de monding bij Katwijk verzandde steeg het water de Hollanders in het kustgebied, het latere Hoogheemraadschap van Rijnland, tot de lippen. Ze legden een dam in de Rijn bij Zwammerdam, die op last van Keizer Frederik Barbarossa in 1165 moest worden opgeruimd. In 1202 werd de dam weer hersteld, maar nu was overeengekomen dat er een sluis in gebouwd zou worden, zodat alleen afgewaterd werd als de Hollanders het water daadwerkelijk konden afvoeren. Dit gebeurde eerst via sluizen op het Haarlemmermeer, en halverwege de 13e eeuw werd een sluizencomplex bij Spaarndam gebouwd, waardoor op het IJ werd geloosd. De landen van Woerden betaalden mee aan het onderhoud hiervan.

Welk gebied deze landen van Woerden omvatten was niet duidelijk; ook de oprichtingsakte van 1322 en de bevestiging van dit privilege door Gravin Margaretha in 1346 verschaffen geen duidelijkheid. Pas in het handvest van Graaf Aelbrecht van Beieren van 4 augustus 1363, waarbij de waterlozing via Spaarndam voor het eerst goed werd geregeld, werden de landen van Woerden beschreven als drie gebieden: a. ten zuiden van de Rijn, vroeger uitwaterend op de Rijn en nu op de Hollandse IJssel; b. ten zuiden van de Rijn en daarop afwaterend; c. ten noorden van de Rijn en daarop afwaterend. Hieruit is op te maken dat het totale gebied deels Stichts en deels Hollands was.

Naar aanleiding van dit eerste "wateraccoord" werden door Woerden twee eigen sluizen in Spaarndam gebouwd, waarvan er nog steeds één bestaat en in het bezit is van de rechtsopvolger van het Groot-Waterschap, het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. In 1399 werd een duidelijke scheiding aangebracht tussen het Groot-Waterschap en het oostelijk hiervan gelegen afwateringsgebied Bijleveld: de Haanwijkerdam, ter plaatse van de huidige Haanwijkersluis. In het noorden lag, waarschijnlijk op de plaats van het Woerdens Verlaat, de Hinderdam als grens met het Amstelland.

Doordat de IJssel steeds meer verzandde verlegde een deel van de hierboven onder a bedoelde waterschappen eind 16e / begin 17e eeuw hun afwatering naar de Rijn en werden weer volledig onderdeel van het Groot-Waterschap.

Archieven
  • Archieven van het Groot-Waterschap van Woerden, 1322-1994 (H094 en H094a).
Literatuur
  • Jan van Es, Grenswater: geschiedenis van het Groot-Waterschap van Woerden 1226-1995 (Utrecht, 2009), pp. 16-55;
  • Nico Plomp, Woerden 600 jaar stad (Woerden, 1972), pp. 37-41;
  • L.F. Teixeira de Mattos, De waterkeeringen, waterschappen en polders van Zuid-Holland, deel II (Den Haag, 1908), pp.773-910.