Nederlands-hervormde Dorpskerk of Sint Galluskerk

In de twaalfde eeuw verrees op de plek waar de huidige Dorpskerk staat een rooms-katholieke kerk. Dit bedehuis was gewijd aan de heilige Gallus de Belijder (550-635), een Ierse monnik die de Franken en Allemannen kerstende. De St. Galluskerk werd een aantal keer verwoest en weer herbouwd. In de tijd van de Hoekse en Kabeljauwse twisten legden Woerdenaren, aanhangers van de Hoekse factie, in 1489 het grootste deel van het dorp in as. Bodegraven onderging dit lot in 1507 en 1512 nogmaals door de plundertochten van de Geldersen. Zij roofden sieraden, boeken en andere kerkschatten. 

De stad Woerden had in 1572 bij de Prins van Oranje bedongen dat de lutherse godsdienst er de heersende moest blijven. Omdat Bodegraven tot de hoge heerlijkheid van Stad en Lande van Woerden behoorde, gold dat ook voor dit dorp. De rooms-katholieke St. Galluskerk ging over in protestantse handen, maar het altaar en de beelden bleven nog een lange tijd in het kerkgebouw staan. In 1583 werd Cornelis Wolfaertsz van der Laer aangesteld als eerste lutherse predikant van Bodegraven. Van der Laer gaf opdracht tot de bouw van een nieuwe toren. Deze werd echter niet afgebouwd, maar van een houten klokkenhuis voorzien en afgedekt met leien. De Staten van Holland legden zich niet neer bij de kerkelijke situatie van Woerden en Bodegraven. Het calvinisme werd de officiële religie, zo besloten de Staten in 1594. Op 1 september 1594 werd Seger Coninxbergen bevestigd als eerste hervormde predikant van Bodegraven. Nederlands-hervormde kerk van Bodegraven

Het rampjaar 1672 is een zwarte bladzijde in de geschiedenis van de Dorpskerk. Eind december 1672 trokken Franse troepen over Bodegraven naar Woerden en Utrecht. Tijdens hun tocht hielden daar zij vreselijk huis. De kerk ging grotendeels in vlammen op. Predikant Bartholomeus Tijken schreef dat hij in 1662 nog 363 gemeenteleden had, terwijl dit er na 1672 nog maar zes waren. Pas dertig jaar later kwam het getal van de lidmaten weer boven de driehonderd uit. Op 27 mei 1674 hield dominee Tijken zijn eerste preek in de herbouwde kerk. Aangezien het kerkgebouw uitgebrand was, moest het interieur volledig vernieuwd worden. De gehele huidige inventaris is na 1672 aangeschaft, zoals de eikenhouten preekstoel met koperen lezenaar en het doophek. In 1761 werd er een orgel geplaatst dat vervaardigd was door de bekende Goudse orgelbouwer Hendrik Herman Hess. De kerk werd nog diverse malen gerestaureerd. Aan het begin van de achttiende eeuw bleek het nodig het achterstallige onderhoud grondig aan te pakken. In 1857 vond een uitbreiding van het kerkgebouw plaats.

In de twintigste eeuw vonden verschillende restauraties plaats. In 1913 vergrootte men de kerk, waarbij de kansel verplaatst werd. Een nijpende situatie werd opgelost in 1935. De koormuur stond deels op instorten, waarop de burgemeester onmiddellijk liet ingrijpen. In de jaren vanaf 1968 werd de kerk drastisch gerenoveerd naar het ontwerp van architect Van der Sterre. Op 23 november 1971 werd de eerste kerkdienst in de gerenoveerde kerk gehouden. Tot die tijd kerkten de gemeenteleden in het kerkelijk centrum ’t Anker. Vervolgens kon de toren gerestaureerd worden; deze kwam in 1973 gereed.

Archief
  • Archief van de Nederlands Hervormde gemeente van Bodegraven 1513-1999 (B058).
Literatuur
  • P.C. Beunder De Ned. Hervormde Dorpskerk te Bodegraven [informatieblad] (Bodegraven, 1982);
  • G. en C Hamoen, 400 jaar Hervormde Gemeente Bodegraven 1594-1994 (Woerden, 1994).