Zaadhandel Turkenburg

In 1850 begon Dirk Turkenburg (1828-1909) in Bodegraven een handel in tuinbouwzaden. Zijn grootvader had dit ook al gedaan in Alphen, maar Dirk deed het op een andere manier. Hij bracht handgeschreven lijsten van zijn aanbod met bijbehorende prijzen bij landbouwers in Bodegraven en wijde omgeving en haalde die lijsten enige tijd later weer op, liefst voorzien van een bestelling. Dit systeem werkte goed en weldra was de opbrengst van de zaadhandel voldoende om de prijscouranten niet meer met de hand te hoeven schrijven, maar te laten drukken.

Na ruim veertig jaar vanuit zijn woning in de Kerkstraat te hebben gewerkt, liet Dirk in 1891 een nieuw bedrijfspand bouwen op de hoek van de pas gereedgekomen Nassaustraat. Rond die tijd waren ook zijn vier zoons Willem, Jan, Hendrik en Dirk jr in de zaak opgenomen en had hij enkele medewerkers aangenomen. Het verzendhuis werkte daarnaast met agenten, vertegenwoordigers in allerlei plaatsen in Nederland, die, naast turkenburg2.jpghun normale werk, tegen commissieloon de prijskranten verspreidden, de orders opnamen en de aflevering verzorgden. Dit agenten-netwerk groeide enorm: op het hoogtepunt van het bedrijf waren er zo’n 2700 agenten in binnen- en buitenland. Toen in 1900 het gouden jubileum van het bedrijf werd gevierd (waarbij het tot Hofleverancier werd aangewezen) was het gegroeid tot 35.

In 1902 bouwde de firma een nieuw bedrijfspand aan de Spoorstraat, dat met de groei van het bedrijf in de eerste helft van de twintigste eeuw ook steeds werd uitgebreid en verbouwd. In dat bedrijfspand vulden de mensen zakjes met zaad, werd de administratie bijgehouden en werd de prijscouranten gedrukt en de vanaf de jaren ’20 uitgegeven handboekjes voor het kweken van groenten en het gebruik van de zaden. In 1914 kwam daarnaast op een groot stuk grond ten noordoosten van het dorp een proeftuin tot stand, waar de zaden gekeurd, veredeld en geproduceerd werden. De firma had een goed gevoel voor reclame en communicatie. In de steeds fraaier uitgevoerde prijscouranten werd ook het wel en wee van het bedrijf beschreven. Het handelsmerk van de firma, ‘De Zaaier’ werd landelijk bekend en werd op affiches, in kranten en op stationsborden in heel Nederland aangebracht. De firma was in 1929 een naamloze vennootschap geworden en was een van de belangrijkste werkgevers in het dorp. In 1950, bij het 100-jarig bestaan, waren er ongeveer tachtig medewerkers en een bijna zo groot aantal extra tijdelijke krachten in oktober en november, als de zaden binnenkwamen en verpakt moesten worden. Veel handmatige werkzaamheden werden echter in de loop der tijd verricht met machines.

Na 1950 liep de omzet van de firma sterk terug en moest het assortiment met bloembollen en tuinartikelen worden uitgebreid om het bedrijf rendabel te houden. Ook werd het moeilijker agenten te vinden, omdat hun bijverdiensten fiscaal belast werden. Tenslotte was het feit, dat de klanten makkelijker rechtstreeks zaden konden kopen in winkels in hun woonplaats dan via het postorderbedrijf van Turkenburg, van invloed op de teloorgang. Vanaf 1970 moest Turkenburg NV in gaan krimpen. Het bedrijfspand aan de Spoorstraat en de proeftuin werden verkocht aan de gemeente Bodegraven. Het pand werd tot het huidige multifunctionele centrum Het Evertshuis ingericht en op de grond van de proeftuin werd woningbouw gerealiseerd. Het bedrijf vestigde zich in een tuincentrum op de Eendrachtsweg, maar verloor steeds meer terrein. In de jaren ’80 kwam er een einde aan een van de economische paradepaardjes van Bodegraven. 

Literatuur
  • Catalogus van de tentoonstelling "Turkenburgiana" in het Evertshuis te Bodegraven (Bodegraven, 2001);
  • M. van Ede, "Turkenburg" in: Boreftse Berichten (2013), nr 20, pp 8-11;
  • F. Vreeken, Honderd jaar Turkenburg 1850-1950 (z.pl, z.j.).